Ellen Burka

600,00 incl. btw

(Ellen Ruth Danby) (1921-2016) Kunstschaatser

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik.
Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Ellen Ruth Danby werd geboren in Amsterdam als dochter van een Duits-Joodse vader en moeder. Ellen hield van dansen en muziek en in 1933 werd ze verliefd op het ijsdansen. Omdat ze talent had, mocht ze van haar ouders op les. ’s Winters gaf ze met haar danspartner en een bevriend duo demonstraties op het ondergelopen land van boerderijen rondom Amsterdam. Toen de oorlog uitbrak kwam er een einde aan deze optredens.

Lees meer

Add to Wishlist
Add to Wishlist
Categorie: Tag:

Quick Comparison

SettingsEllen Burka removeAnnie M.G. Schmidt removeJuliana removeIsabella Henriette van Eeghen removeEllin Maria Agnes Robles removeClara de Vries remove
Image
SKU
Rating
Price600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw
Stock

Uitverkocht

Uitverkocht

AvailabilityUitverkochtUitverkocht
Add to cart

Toevoegen aan winkelwagen

Lees meer

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Lees meer

Toevoegen aan winkelwagen

Description

(Ellen Ruth Danby) (1921-2016) Kunstschaatser

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Ellen Ruth Danby werd geboren in Amsterdam als dochter van een Duits-Joodse vader en moeder. Ellen hield van dansen en muziek en in 1933 werd ze verliefd op het ijsdansen. Omdat ze talent had, mocht ze van haar ouders op les. ’s Winters gaf ze met haar danspartner en een bevriend duo demonstraties op het ondergelopen land van boerderijen rondom Amsterdam. Toen de oorlog uitbrak kwam er een einde aan deze optredens. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"]

In september 1941 werden alle publieke plekken, zoals schaatsbanen, verboden verklaard voor Joden. Ellen mocht ook niet meer naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Zus Margaret schatte de situatie ernstiger in dan de rest van de familie en dook onder. Vader, moeder en Ellen werden in 1943 op transport gezet naar Westerbork. Vader en moeder werden op transport gesteld naar Sobibor en werden daar vermoord. Ellen had in Westerbork opgegeven dat ze nationaal kampioene kunstrijden was. Een leugen die er voor zorgde dat ze voorlopig niet op transport hoefde. Kampcommandant Gemmeker wilde haar namelijk zien optreden en daarom werd Ellen te werk gesteld bij een boer. Hier kon ze op de bevroren vijver trainen. Door het uitblijven van vorst kwam het nooit tot een optreden. Na haar verblijf op de boerderij werkte ze als dienstmeisje bij de kamparchitect, maar als straf voor het feit dat ze dronken was gevoerd door een Duitse officier werd ze op transport gesteld naar Theresienstadt. Hier leerde ze Jan Burka, een Tsjechische medegevangene, kennen.

Ellen en Jan overleefden het kamp. Ze liftten naar Amsterdam en trouwden in oktober 1945. Ze kregen twee dochters: Petra (1946) en Astra (1948). Ellen Burka won in 1946 en 1947 de voorloper van de Nederlandse kampioenschappen kunstrijden. Ze ging schaatsles geven en verzorgde de choreografie van de Eerste Nederlandse IJsrevue. Jan Burka werkte als beeldend kunstenaar maar leed erg onder de dreiging van de Koude Oorlog. In 1951 vertrok het gezin daarom naar Canada. In Canada hield Ellen Burka haar verleden verborgen. Ze bouwde een nieuw leven op en bleef schaatsles geven. Het huwelijk met Jan Burka hield echter geen stand. Om haar gezin te kunnen onderhouden ging Ellen nog meer lesgeven. Dochter Petra bleek ook talent te hebben. Zij voerde als eerste vrouw de triple Salchov uit, een drievoudige sprong op het ijs. Drie jaar later werd ze wereldkampioene. Ellen Burka zou daarna coach zijn tijdens zeven winter- spelen en vijfentwintig wereldkampioenschappen. Ze bracht diverse schaatsers naar de wereldtop en won zelf een goed aantal sportprijzen. Ellen Burka overleed in Toronto op 95-jarige leeftijd.

Materiaal:   Foto, collage, katjes Fotograaf:  Astra Burka [/expander_maker]

Anna Maria Geertruida Schmidt (1911-1995) Schrijver

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Anna Maria Geertruida Schmidt werd door iedereen Zus genoemd. Ze werd geboren in Kapelle (Zeeland) als dochter van een predikant. Haar jeugd was weinig gelukkig. Ze was een verlegen kind, mollig, droeg andere kleren dan haar leeftijdsgenootjes en kon al gauw lezen. De verhalen die haar moeder haar vertelde, vormden een welkome afleiding. Na de lagere  school ging Schmidt naar de HBS in Goes, volgens Schmidt een ‘akelige school’. Na haar eindexamen ging ze naar Den Haag om notariaat te studeren. Feest en mannen bleken veel interessanter. Ze raakte zwanger, liet abortus plegen en verruilde haar studie voor een cursus typen. In het najaar van 1932 begon Schmidt aan een opleiding tot bibliothecaresse.  In 1938 debuteerde ze met twee gedichten in het protestantschristelijke tijdschrift Opwaartsche Wegen. Vanaf 1941 was Schmidt directeur van de Openbare Bibliotheek in Vlissingen. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Met haar betrekking bij Het Parool werd het schrijftalent van Schmidts pas echt duidelijk. Aangemoedigd door mensen als Simon Carmiggelt, Han G. Hoekstra en Henri Knap schreef Schmidt versjes voor het journalistencabaret ‘De Inktvis’. Voortdurend was het kleinburgerlijke onderwerp van Schmidts pen. Haar vrolijke en ironische toon was waar de samenleving behoefte aan had. In 1948 ontmoette Schmidt via een contactadvertentie haar man Dick van Duijn. Omdat hij getrouwd was duurde het jaren voordat ze echt samen konden zijn. Zijn vrouw weigerde te scheiden. Bijna vier jaar na de geboorte van hun zoon Flip, in 1954, gingen Schmidt en Van Duijn samenwonen. Schmidt was inmiddels bekend geworden met het radiohoorspel In Holland staat een huis dat tussen 1952 en 1958 werd uitgezonden door de VARA. In 1957 nam Schmidt afscheid van Het Parool om zich te kunnen richten op musicals en stukken voor toneel en tv. Ze schreef de serie Pension Hommeles, de succesvolle TV-serie Ja zuster, nee zuster en de musicals Heerlijk duurt het langst en Wat een planeet. Voor haar eerste, niet in opdracht geschreven, kinderroman Minoes ontving Schmidt in 1971 een Zilveren Griffel. De Arbeiderspers wilde Pluk van  de Petteflet niet publiceren maar Schmidts zaakwaarnemer wist uitgeverij Querido te interesseren. Het boek met illustraties van Fiep Westendorp won ook een Zilveren Griffel. Otje kreeg de Gouden Griffel in 1981.Om de drukte te ontvluchten, was Schmidt steeds vaker in Zuid-Frankrijk. Maar hier miste ze haar vrienden en de gezelligheid. De relatie met Van Duijn werd bovendien steeds problematischer: hij was ziek, erg jaloers en somber. Ze keerden daarom terug naar Nederland. Daar koos Van Duijn voor de dood. Schmidt was aan zijn zijde. Na deze ingewikkelde periode pakte Schmidt haar pen weer op, maar veel verscheen er  niet meer. Wel stond ze uitgebreid in de belangstelling met vele interviews, optredens en herdrukken van haar werk. Na de Constantijn Huygensprijs in 1987 kreeg Schmidt in 1988 de Hans Christian Andersenprijs uit handen van Astrid Lindgren. Kort na haar 84ste verjaardag overleed Annie M.G.  Schmidt. Drie biografieën werden over Schmidt geschreven. Ook een televisieserie over haar leven volgde. Er kwam bovendien een jaarlijkse Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied, een jaarlijkse Annie M.G. Schmidtdag op 20 mei, een Annie M.G. Schmidtleerstoel voor jeugdliteratuur, een website en Annie Schmidt werd een van de vijftig vensters in de canon van Nederland. Materiaal:   foto, elastiekjes Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1909-2004) Koningin der Nederlanden

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Met de geboorte van Juliana in 1909 was er opluchting dat er eindelijk een troonopvolger voor het Oranjehuis was. Na diverse miskramen van koningin Wilhelmina was de angst over het voortbestaan van de dynastie namelijk steeds groter geworden. Juliana groeide op in paleis Het Loo en de twee Haagse paleizen, Huis ten Bosch en Noordeinde. Het hof was geïsoleerd van de buitenwereld en was zeker niet modern te noemen. Om haar in contact te brengen met leeftijdsgenootjes kreeg Juliana les in een klasje met drie adellijke meisjes. Vanaf haar elfde volgde ze weer privéonderwijs om haar voor te bereiden op de troon. Juliana had een stevige wil en het lukte haar om te gaan studeren. Haar studietijd in Leiden was een plezierige tijd. Na haar studie werd Juliana geacht te trouwen. Er moest een geschikte echtgenoot gevonden worden maar dat bleek lastig. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Tijdens de wintersport in 1936 werd Juliana verliefd op de Duitse prins Bernard von Lippe-Biesterfeld. Op 7 januari 1937 trouwden ze in Den Haag. In Nederland betrokken ze Paleis Soestdijk. Daar werd in 1938 prinses Beatrix geboren. Een jaar later kwam prinses Irene. Met de inval van de Duitsers vertrokken Juliana en Bernhard met de kinderen naar Engeland. In Londen werd een regering in ballingschap gevormd. Voor hun veiligheid gingen Juliana en de kinderen later naar Canada. Juliana onderhield in Canada contact met de Amerikaanse president F.D. Roosevelt over de bevrijding van Europa. In 1943 werd prinses Margriet geboren. Twee jaar later vestigden Juliana en Wilhelmina zich in Breda. In augustus werd het gezin herenigd op Soestdijk. In 1947 werd daar prinses Marijke geboren, die zich later Christina zou gaan noemen. Op 4 september 1948 volgde Juliana haar moeder op. Ze wilde een koningin dichtbij haar volk zijn en liet zich daarom aanspreken als mevrouw. De kleine afstand tussen volk en staatshoofd zorgde voor een grote populariteit. Diverse crisissen zouden tijdens haar koningschap ontstaan. Zo ontstonden er botsingen over de redevoering die ze tijdens haar tournee door de Verenigde Staten wilde houden. Die had een zeer pacifistische insteek, niet passend bij het regeringsbeleid of het beleid van de NAVO. Prins Bernhard weigerde mee te gaan als Juliana de speech zou houden. Toch kreeg ze grotendeels haar zin. Een van de bekendste affaires was die van gebedsgenezeres Greet Hofmans. Het betekende een verstoring van de relatie met man en kinderen. Nadat Bernhard de kwestie openbaar had gemaakt, werd een commissie van drie heren ingesteld die het paar zouden moeten helpen. Juliana moest haar contact met Hofmans verbreken. Hierna waren het de huwelijken van de oudste dochters die tot spanningen leidden. In 1976 verschenen en berichten over steekpenningen die Bernhard zou hebben aangenomen van de vliegtuigfabriek Lockheed. Na haar abdicatie bleef Juliana actief bij de zorg voor ouderen en gehandicapten. In 2004 overleed ze. Juliana werd bijgezet in de Nieuwe Kerk in Delft. Net als haar ouders wilde ze in het wit begraven worden. Ook naar haar wens was dat een vrouw de begrafenisdienst leidde. Materiaal:   foto, vilt Fotograaf:  Harry Pot [/expander_maker]

(1913-1996) Archivaris en historica

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Isabella (Isa) van Eeghen werd geboren in een vooraanstaand bankiersgezin en groeide op in de zogenaamde gouden bocht op de Herengracht in Amsterdam. Na de lagere school werd ze tot haar spijt naar de Middelbare Meisjes School gestuurd,  terwijl zij later juist verder wilde studeren. Om dit toch te kunnen bereiken, behaalde ze na de MMS in 1931 het Staatsexamen Gymnasium A. Daarna studeerde ze geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Op 9 december 1941 promoveerde Van Eeghen met een studie naar vrouwenkloosters in Amsterdam. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Mejuffrouw Van Eeghen, zoals zij zichzelf noemde, volgde na haar studie de archiefopleiding en inventariseerde vrijwillig het archief van de Waalse emeente in Amsterdam. Omdat er geen functie was als archivaris besloot ze een administratieve functie aan te nemen bij het Amsterdams Gemeentearchief. In 1947 werd ze uiteindelijk aangesteld als adjunctarchivaris.  Twee jaar eerder was ze uit het ouderlijk huis vertrokken om met vijf andere dames te gaan wonen aan de Prinsengracht. Van een huwelijk zou het nooit komen. In 1946 trad Van Eeghen als eerste vrouw toe het bestuur van het Genootschap Amstelodamum. Ze bleef tot 1967 ook het enige vrouwelijke bestuurslid. Van Eeghen schreef meer dan 600 artikelen in onder andere in Amstelodamum. Maandblad voor de kennis van Amsterdam en het Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum. Het wetenschappelijke werk gaf ze de voorkeur in plaats van hogerop te klimmen in de archiefwereld. Haar functie als adjunct gaf haar de ruimte te publiceren. Tot haar dood bleef Van Eeghen schrijven, bijvoorbeeld  over kloosters, dienstmeisjes, kunstenaars, gilden, kerken, drukkers en boekhandelaars, kranten, huizen, moorden, waaiers, hofjes, kinderen en dagboeken; alles altijd in relatie tot de stad Amsterdam. Omdat ze vraagstukken tot op de bodem uitzocht,  werd ze ook wel de ‘Miss Marple van de Amsterdamse geschiedschrijving’ genoemd. Belangrijke publicaties  waren De Amsterdamse Boekhandel, 1680-1725 (1960-1978) en De gilden. Theorie en praktijk uit 1965. Het Dagboek van broeder Wouter Jacobsz. (Gualtherus Jacobi Masius), prior van Stein (1572- 1578) dat zij ontdekte, is een belangrijke bron van informatie over de eerste jaren van de Nederlandse Opstand. Van Eeghen zorgde er ook voor dat het Gemeentearchief de unieke collectie negatieven van Jacob Olie (1834-1905) aankocht. Van Eeghen verzamelde niet alleen kennis. Ze verzamelde ook prenten en tekeningen en had een bijzondere collectie waaiers, die ze naliet aan het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Voor het Gemeentearchief kocht ze 138 tekeningen aan van tekenaar Christiaan Andriessen. Ze bleef tot haar dood in 1996 schrijven; het liefst aan de keukentafel in het huis aan de Prinsengracht. Uit de laatste stukken blijkt dat haar mentale gesteldheid achteruit ging. Voor de Amsterdamse geschiedschrijving is Van Eeghen van groot belang geweest. Ze ontving dan ook de Bucheliusprijs (1958), de Menno Herzbergerprijs (1965), de Zilveren Penning van de stad Amsterdam (1971) en de Zilveren Museummedaille van de stad Amsterdam (1988). Ze overleed in 1996 aan een hersenbloeding. Materiaal:   foto, collage Fotograaf:  W.M. Alberts [/expander_maker]

(1951-2011) Bestuurder en columnist

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Ellin Robles werd geboren in Suriname en was de jongste in een gezin van negen kinderen. Door een zuurstofgebrek bij de geboorte was ze licht spastisch. Toen haar vader in 1962 overleed, bleef haar moeder achter met de kinderen. In 1970 besloot Robles rechten te gaan studeren aan de Universiteit van Suriname. Ze werd politiek actief en schreef in 1972 twee stukken waarin ze het idee uitte om discriminatie met geweld tegen te gaan, precies zoals de Amerikaanse Black Power-beweging voorstond. Daarnaast was ze betrokken bij de rechtswinkel in Paramaribo. Na haar afstuderen werkte ze als juridisch medewerker bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken in Suriname. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Op 28-jarige leeftijd vertrok Robles naar Nederland en vond vrijwel direct een baan bij de gemeente Amsterdam. In 1982, op het moment van de decembermoorden, was Robles voor langere tijd in Suriname. Ze onderzocht een mogelijke terugkeer maar in de onrust na de moorden moest ze met haar familie vluchten naar Albina, aan de grens met Frans Guyana. Een jaar later keerde ze terug naar Amsterdam, maar ze ging al gauw naar New York om daar te werken in een onderwijsprogramma voor kansarme kinderen. In 1985 was ze medeoprichter van het Gemeentelijk Allochtonen Overleg van Amsterdam. Robles werkte in sneltreinvaart aan haar carrière. Zo werd ze in 1991 gevraagd om de Amsterdamse Stichting Blijf van m’n lijf te reorganiseren. Daar kwam ze in contact met Judith Meijer, met wie ze tot haar dood zou samen blijven. Ze werd in 1992 directeur van Het Muziekpakhuis en zes jaar later werd ze directeur van de Hortus Botanicus in Amsterdam. Rond de eeuwwisseling werd die functie opgevolgd met een positie als directeur van welzijnsorganisatie Alcidez  ZO. In 2003 stelde ze daar financiële misstanden van het bestuur aan de orde, met als gevolg dat zij op nonactief werd gezet. Ze nam een sabbatical en begon als columniste bij Het Parool. Naast haar werk was Robles voorzitter van de Stichting Flamboyant (landelijk documentatiecentrum voor zwarte vrouwen), voorzitter van de Stichting Maatschappij Oude en Nieuwe Media, van Tegen Haar Wil Amsterdam, de Landelijke Ombudsvrouw, Stichting Kinderen van de Vrede, de Muziekschool Amsterdam en Women Inc. Haar leven lang zette ze zich in voor gelijke rechten van minderheden door deel te nemen aan werkgroepen en discussies of via haar columns. Vanaf 2004 kreeg Robles in toenemende mate last van haar gezondheid, niet alleen fysiek maar ook mentaal. Ze zocht hulp om menswaardig te kunnen sterven, maar kreeg die hulp niet. Daarom besloot ze in 2010 te versterven, dat ze heeft beschreven in het boek Banneling. Robles overleed op 2 november 2011. Materiaal:   foto, textiel, borduursel Fotograaf:  Suzanne Dorrestein [/expander_maker]

(1915-1942) Jazztrompetist en bandleider

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Opgegroeid in een zeer muzikale Joodse familie, moet Clara al jong in aanraking zijn gekomen met het trompetspel van haar broer Louis. Hij stond bekend als ‘the Dutch Armstrong’ maar overleed op jonge leeftijd bij een auto-ongeluk. Clara leerde de trompet te bespelen en werd op zestienjarige leeftijd opgemerkt door de Rus Leo Selinsky. Hij toerde met zijn band de Blue Jazz Ladies door Europa en Clara ging mee maar bij thuiskomst sloot ze zich aan bij de Schirmann Jazz Girls. Met deze band trad ze in diverse landen op. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Een vrouwelijke jazzband was nieuw in Europa maar critici namen het niet al te serieus. Clara’s talent werd echter wel opgemerkt en ze besloot een eigen orkest te beginnen: Clara de Vries and her Jazz-ladies. Haar trompetspel werd gewaardeerd en ze behoorde tot de beste Nederlandse danstrompettisten. Ook Louis Armstrong was onder de indruk van haar trompetgeluid: “‘That Louis De Vries, he had a sister Clara with a ladiesband. Oh boy, she could play that horn!” Clara trouwde in 1936 met trompettist Willy Schobbe(n) maar met de inval van de Duitsers werd het steeds moeilijker voor de Joodse Clara om op te treden. Hoewel steeds duidelijker werd hoe ernstig de situatie was, wilde Clara niets weten van onderduiken. Samen met haar ouders werd ze op 15 oktober 1942 op transport naar Westerbork gesteld. Vier dagen later volgde de reis naar Auschwitz. Na aankomst werd ze direct vermoord. Tegenwoordig herinnert een straat in Rotterdam aan Clara. Van haar trompetspel zijn helaas een geluidfragmenten bekend of bewaard gebleven. Materiaal:   foto, textiel, borduurdraad Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]
Content
Weight
DimensionsN/BN/BN/BN/BN/BN/B
Additional information
Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
  • Attributes
  • Custom attributes
  • Custom fields
Click outside to hide the comparison bar
Compare
Compare ×
Let's Compare! Continue shopping