Corry Vonk

600,00 incl. btw

(Cornelia Diderika) (1901-1988) Cabaretier en revuester

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik.
Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Geboren in Amsterdam-Oost groeide Cornelia (Corry) Vonk op in een groot gezin met elf kinderen. Het gezin Vonk was arm waardoor Corry slechts vijf jaar naar de lagere school kon. Via haar vader, die in de avonduren toneelmeester was bij theater Carré, rolde ze de toneelwereld in en op haar twaalfde had ze haar eerste figurantenrol te pakken. Haar humor werden opgemerkt en diverse rollen volgden. In de jaren twintig en dertig was ze een veelgevraagde theaterster.

Lees meer

Add to Wishlist
Add to Wishlist
Categorie: Tag:

Quick Comparison

SettingsCorry Vonk removeIen van den Heuvel removeEllin Maria Agnes Robles removeIsabella Henriette van Eeghen removeHanny Schaft removeRenate Ida Rubinstein remove
Image
SKU
Rating
Price600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw
Stock

Uitverkocht

Uitverkocht

AvailabilityUitverkochtUitverkocht
Add to cart

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Lees meer

Toevoegen aan winkelwagen

Lees meer

Toevoegen aan winkelwagen

Description

(Cornelia Diderika) (1901-1988) Cabaretier en revuester

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Geboren in Amsterdam-Oost groeide Cornelia (Corry) Vonk op in een groot gezin met elf kinderen. Het gezin Vonk was arm waardoor Corry slechts vijf jaar naar de lagere school kon. Via haar vader, die in de avonduren toneelmeester was bij theater Carré, rolde ze de toneelwereld in en op haar twaalfde had ze haar eerste figurantenrol te pakken. Haar humor werden opgemerkt en diverse rollen volgden. In de jaren twintig en dertig was ze een veelgevraagde theaterster. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Corry trouwde in 1933 met de dan nog onbekende acteur Wim Kan. Het was een opvallend duo. Niet alleen vanwege het verschil in lengte en leeftijd, maar ook qua uitstraling en afkomst. Kan, de rustige ministerszoon, en Vonk, de uitbundige revuester. Het huwelijk bracht ook andere ambities. Vonk wilde samen met Kan cabaret maken. In 1936 ontstond het ABC-Cabaret; niet alleen met Vonk en Kan, maar ook bekende acteurs als Tilly Périn-Bouwmeester en Cor Hermus en pianisten Han Beuker en Wouter Denijs maakten deel uit van het gezelschap. Het ABCCabaret was succesvol en vooral Vonk was populair. In november 1939 vertrok de groep naar Nederlands- Indië voor een tournee, maar vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kon de groep niet terugkeren naar Nederland. De mannelijke leden werden zelfs opgeroepen voor het leger. Vonk werd eind 1942 gevangen gezet in vrouwenkamp Tjihapit in Bandoeng. Hier organiseerde ze cabaretvoorstellingen en werkte ze als verpleegster. Kan werkte als krijgsgevangene aan de Birmaspoorlijn. Ze zagen elkaar pas weer terug na drie jaar en acht maanden. Terug in Nederland ging men direct over tot de orde van de dag. Het ABC-Cabaret trad weer op en in de loop der jaren sloten verschillende acteurs zich aan. Terwijl de rol van Vonk steeds kleiner werd, steeg de roem van Wim Kan. Zijn solovoorstellingen waren erg populair. Met het nummer ‘Met me vlaggetje, me hoedje en me toeter’ – een parodie op de Oranjefans – had Vonk haar laatste grote succes. Het doek viel in 1970 voor het ABC-Cabaret. Vonk zat voortaan in de coulissen bij de shows van Kan, maar haar raad en daad op de achtergrond ten dienste van Kan moeten niet worden onderschat. Corry Vonk overleed in januari 1988. Haar laatste jaren had ze doorgebracht in slechte gezondheid en in eenzaamheid in de buurt van Rheden. De dood van Wim Kan in 1983 was een grote klap geweest. Ondanks haar succes en populariteit als theaterster herdacht de pers haar voornamelijk als de vrouw van en achter Wim Kan. Materiaal:   foto, borduurdraad Fotograaf:  Jac de Nijs [/expander_maker]

(Carolina de Blank - van den Heuvel ) (1927-2010) Politicus

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Carolina Blank kwam ter wereld in Tiel en groeide  op in een protestants gezin. Na de oorlog haalde De  Blank haar HBS-B diploma om daarna als secretaresse aan de slag te gaan. Bij de oprichting van de Partij van de Arbeid op 9 februari 1946 gaf ze zich direct op als lid. Op haar twintigste liet De Blank zich dopen in de Hervormde Kerk. In 1950 trouwde ze met Ad van den Heuvel. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Gedurende de jaren klom De Blank op binnen de PvdA, van lid naar lid van het hoofdbestuur van de Vrouwenbond. In 1969 volgde het voorzitterschap van het Vrouwenkontact,  de opvolger van de Vrouwenbond. Ze presenteerde in 1971 het Eerste Nederlandse Rooie Vrouwen plannen boek. Ook in dat jaar werd ze gekozen als tweede vicevoorzitter van het partijbestuur, in 1972 als eerste vicevoorzitter. Ook werd ze lid van het hoofdbestuur van de VARA en de Reclameraad. Vanaf 1974 nam ze zitting in de Eerste Kamer. Daar verdedigde ze de abortuswet. Op initiatief van De Blank werd in 1974 de Emancipatiekommissie ingesteld, een officieel instituut dat zich met de emancipatiethematiek bezighield. Op 10 april 1975 werd De Blank gekozen tot partijvoorzitter van de PvdA. Twee jaar later werd ze herkozen, maar in 1979 stapte ze op toen het tweede  kabinet Den Uyl er niet kwam. Vanaf 1979 was De Blank lid van het Europees Parlement. Mede op haar initiatief werd een commissie opgericht om een rapport te maken over de positie van vrouwen in de Europese Gemeenschap. Van 1982 tot 1984 was ze lid van de commissie die hier onderzoek naar deed. Ook werd ze in 1984 lid van de Commissie Rechten van de Vrouw en voorzitter van het Interkerkelijk  Vredesberaad (IKV). Na haar politieke loopbaan bleef ze nog actief binnen het IKV. De Blank overleed op 83-jarige leeftijd in haar woonplaats Heemskerk. Materiaal:   foto borduurwerkje Fotograaf:  Bert Verhoef [/expander_maker]

(1951-2011) Bestuurder en columnist

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Ellin Robles werd geboren in Suriname en was de jongste in een gezin van negen kinderen. Door een zuurstofgebrek bij de geboorte was ze licht spastisch. Toen haar vader in 1962 overleed, bleef haar moeder achter met de kinderen. In 1970 besloot Robles rechten te gaan studeren aan de Universiteit van Suriname. Ze werd politiek actief en schreef in 1972 twee stukken waarin ze het idee uitte om discriminatie met geweld tegen te gaan, precies zoals de Amerikaanse Black Power-beweging voorstond. Daarnaast was ze betrokken bij de rechtswinkel in Paramaribo. Na haar afstuderen werkte ze als juridisch medewerker bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken in Suriname. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Op 28-jarige leeftijd vertrok Robles naar Nederland en vond vrijwel direct een baan bij de gemeente Amsterdam. In 1982, op het moment van de decembermoorden, was Robles voor langere tijd in Suriname. Ze onderzocht een mogelijke terugkeer maar in de onrust na de moorden moest ze met haar familie vluchten naar Albina, aan de grens met Frans Guyana. Een jaar later keerde ze terug naar Amsterdam, maar ze ging al gauw naar New York om daar te werken in een onderwijsprogramma voor kansarme kinderen. In 1985 was ze medeoprichter van het Gemeentelijk Allochtonen Overleg van Amsterdam. Robles werkte in sneltreinvaart aan haar carrière. Zo werd ze in 1991 gevraagd om de Amsterdamse Stichting Blijf van m’n lijf te reorganiseren. Daar kwam ze in contact met Judith Meijer, met wie ze tot haar dood zou samen blijven. Ze werd in 1992 directeur van Het Muziekpakhuis en zes jaar later werd ze directeur van de Hortus Botanicus in Amsterdam. Rond de eeuwwisseling werd die functie opgevolgd met een positie als directeur van welzijnsorganisatie Alcidez  ZO. In 2003 stelde ze daar financiële misstanden van het bestuur aan de orde, met als gevolg dat zij op nonactief werd gezet. Ze nam een sabbatical en begon als columniste bij Het Parool. Naast haar werk was Robles voorzitter van de Stichting Flamboyant (landelijk documentatiecentrum voor zwarte vrouwen), voorzitter van de Stichting Maatschappij Oude en Nieuwe Media, van Tegen Haar Wil Amsterdam, de Landelijke Ombudsvrouw, Stichting Kinderen van de Vrede, de Muziekschool Amsterdam en Women Inc. Haar leven lang zette ze zich in voor gelijke rechten van minderheden door deel te nemen aan werkgroepen en discussies of via haar columns. Vanaf 2004 kreeg Robles in toenemende mate last van haar gezondheid, niet alleen fysiek maar ook mentaal. Ze zocht hulp om menswaardig te kunnen sterven, maar kreeg die hulp niet. Daarom besloot ze in 2010 te versterven, dat ze heeft beschreven in het boek Banneling. Robles overleed op 2 november 2011. Materiaal:   foto, textiel, borduursel Fotograaf:  Suzanne Dorrestein [/expander_maker]

(1913-1996) Archivaris en historica

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Isabella (Isa) van Eeghen werd geboren in een vooraanstaand bankiersgezin en groeide op in de zogenaamde gouden bocht op de Herengracht in Amsterdam. Na de lagere school werd ze tot haar spijt naar de Middelbare Meisjes School gestuurd,  terwijl zij later juist verder wilde studeren. Om dit toch te kunnen bereiken, behaalde ze na de MMS in 1931 het Staatsexamen Gymnasium A. Daarna studeerde ze geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Op 9 december 1941 promoveerde Van Eeghen met een studie naar vrouwenkloosters in Amsterdam. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Mejuffrouw Van Eeghen, zoals zij zichzelf noemde, volgde na haar studie de archiefopleiding en inventariseerde vrijwillig het archief van de Waalse emeente in Amsterdam. Omdat er geen functie was als archivaris besloot ze een administratieve functie aan te nemen bij het Amsterdams Gemeentearchief. In 1947 werd ze uiteindelijk aangesteld als adjunctarchivaris.  Twee jaar eerder was ze uit het ouderlijk huis vertrokken om met vijf andere dames te gaan wonen aan de Prinsengracht. Van een huwelijk zou het nooit komen. In 1946 trad Van Eeghen als eerste vrouw toe het bestuur van het Genootschap Amstelodamum. Ze bleef tot 1967 ook het enige vrouwelijke bestuurslid. Van Eeghen schreef meer dan 600 artikelen in onder andere in Amstelodamum. Maandblad voor de kennis van Amsterdam en het Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum. Het wetenschappelijke werk gaf ze de voorkeur in plaats van hogerop te klimmen in de archiefwereld. Haar functie als adjunct gaf haar de ruimte te publiceren. Tot haar dood bleef Van Eeghen schrijven, bijvoorbeeld  over kloosters, dienstmeisjes, kunstenaars, gilden, kerken, drukkers en boekhandelaars, kranten, huizen, moorden, waaiers, hofjes, kinderen en dagboeken; alles altijd in relatie tot de stad Amsterdam. Omdat ze vraagstukken tot op de bodem uitzocht,  werd ze ook wel de ‘Miss Marple van de Amsterdamse geschiedschrijving’ genoemd. Belangrijke publicaties  waren De Amsterdamse Boekhandel, 1680-1725 (1960-1978) en De gilden. Theorie en praktijk uit 1965. Het Dagboek van broeder Wouter Jacobsz. (Gualtherus Jacobi Masius), prior van Stein (1572- 1578) dat zij ontdekte, is een belangrijke bron van informatie over de eerste jaren van de Nederlandse Opstand. Van Eeghen zorgde er ook voor dat het Gemeentearchief de unieke collectie negatieven van Jacob Olie (1834-1905) aankocht. Van Eeghen verzamelde niet alleen kennis. Ze verzamelde ook prenten en tekeningen en had een bijzondere collectie waaiers, die ze naliet aan het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Voor het Gemeentearchief kocht ze 138 tekeningen aan van tekenaar Christiaan Andriessen. Ze bleef tot haar dood in 1996 schrijven; het liefst aan de keukentafel in het huis aan de Prinsengracht. Uit de laatste stukken blijkt dat haar mentale gesteldheid achteruit ging. Voor de Amsterdamse geschiedschrijving is Van Eeghen van groot belang geweest. Ze ontving dan ook de Bucheliusprijs (1958), de Menno Herzbergerprijs (1965), de Zilveren Penning van de stad Amsterdam (1971) en de Zilveren Museummedaille van de stad Amsterdam (1988). Ze overleed in 1996 aan een hersenbloeding. Materiaal:   foto, collage Fotograaf:  W.M. Alberts [/expander_maker]

(Jannetje Johanna) (1920-1945) Verzetstrijder

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Jannetje Schaft kwam uit een socialistisch gezin. Ze ging naar school in Haarlem en haalde in 1937 haar HBS-B diploma. Hierna studeerde ze rechten aan de Universiteit van Amsterdam. In 1943 verliet ze de universiteit omdat ze weigerde de loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Een jaar eerder was Schaft betrokken geweest bij het vervalsen van persoonswijzen. Ze nam ze mee, bijvoorbeeld van mensen uit het Zuiderbad, en overhandigde ze aan een studiegenoot die ze liet vervalsen. In het voorjaar van 1943 doken twee Joodse studiegenoten onder bij haar ouders in Haarlem. Kort erna sloot ze zich aan bij de Raad van Verzet, afdeling Haarlem. Ze werkte veel als koerier. Samen met Jan Bonekamp heeft Schaft een aantal collaborateurs neergeschoten. Op 21 juni 1944 ging dat mis.  Schaft schoot de Zaanse politiecommandant Ragut neer, maar die kon nog net op Bonekamp schieten voor hij overleed. Bonekamp werd dodelijk geraakt. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Schaft dook hierna onder in Haarlem maar bleef werkzaam in het verzet. Samen met Truus Oversteegen verrichtte ze koerierswerk. Schaft nam deel aan het opblazen van een Duitse munitietrein bij Santpoort en het ophalen van vijf kisten munitie van de Kriegsmarine in de haven van IJmuiden. Op 21 maart 1945 ging Schaft met illegale bladen en een pistool per fiets naar IJmuiden. In Haarlem-Noord werd ze gepakt door de Duitsers en overgebracht naar het Huis van Bewaring in Amsterdam. Ze bekende vijf liquidaties te hebben uitgevoerd. Op bevel van Willy Lages, Aussendienstleiter bij de Sicherheitspolizei, werd Schaft op 17 april 1945 gefusilleerd in de duinen van Overveen. Op 27 november van dat jaar werden haar stoffelijke resten herbegraven op de erebegraafplaats van Bloemendaal, als enige vrouw tussen de verder mannelijke verzetsstrijders. Het leven van Schaft werd verfilmd onder de titel Het meisje met het rode haar. Materiaal:   foto, borduursels Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(Tamar) (1929-1990) Columnist

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Renate Rubinstein vluchtte in 1935 met haar ouders van Berlijn naar Londen. In 1938 kwam het gezin in Amsterdam aan. Haar vader werd in 1940 opgepakt en in 1942 in Auschwitz vermoord. Omdat de rest van het gezin niet joods was, overleefden ze de oorlog. Rubinstein zat op het Vossiusgymnasium in Amsterdam en debuteerde in schoolkrant Vulpes. In 1955 schreef ze zich in op de Gemeente Universiteit (de tegenwoordige UvA) om politieke en sociale wetenschappen te studeren. Ze schreef voor het Nieuw Israëlitisch Weekblad en was hoofdredacteur van Propria Cures, het studentenweekblad. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Rubinstein startte in 1961 met haar wekelijkse column in Vrij Nederland onder het pseudoniem Tamar. In 1964 kwam een eerste bundel met columns uit. Na een eerste huwelijk met Aad Nuis trouwde Rubinstein in 1971 met filosoof Jaap van Heerden die ook voor Propria Cures had geschreven. Naast het schrijven hield Rubinstein zich bezig met de protesten tegen de Vietnamoorlog en het huwelijk van Beatrix met Claus von Amsberg. Tijdens haar reis naar Israël maakte ze de Zesdaagse Oorlog mee. Ze schreef een kritisch verslag van haar belevenissen en beschreef daarin de noodzaak van een Palestijnse staat. Dat laatste zorgde voor veel ophef. Vanaf 1966 hield Rubinstein zich bezig met het redigeren van de memoires van de Joodse immigrant Fryderyk Weinreb. Weinreb zou tijdens de Tweede Wereldoorlog joden van de ondergang hebben willen redden. Hij zette daartoe een (fictief) emigratiebureau op en hield joden voor, tegen betaling, een overtocht naar veilig gebied te kunnen regelen. Joden op de Weinreb-lijst werden eerst inderdaad gespaard, maar later bleek deze toch geen bescherming te kunnen bieden. In 1948 kreeg Weinreb zes jaar gevangenisstraf opgelegd maar vanwege gratie zou hij niet veel van zijn straf uitzitten. De biografie, onder redactie van Rubinstein en Nuis, was het begin van de Weinrebaffaire. Tegenstanders als W.F. Hermans en Henriette Boas betoogden dat Weinreb een collaborateur was en geld had verdiend aan de Jodenvervolging. Daarnaast bleken diverse zaken in het boek niet te kloppen. De Weinreb-affaire zorgde voor grote ophef, ook rond de persoon van Rubinstein die te goedgelovig zou zijn geweest en het voortdurend, onterecht zo bleek, voor Weinreb had opgenomen in haar Tamar-columns. In 1977 werd bij Rubinstein multiple sclerose vastgesteld. Voor die tijd reisde ze nog naar China, een reis die ze kritisch vastlegde in haar Klein Chinees Woordenboek. Ook dit werk zorgde voor onrust. Harry Mulisch was vol lof over China, Rudy Kousbroek steunde juist de kritische visie van Rubinstein. Vanaf 1977 deelde Rubinstein haar leven (in het geheim) met Simon Carmiggelt. Ze beschreef haar fysieke achteruitgang in haar bundel Nee heb je. Op uitnodiging van het Koninklijk Huis interviewde ze prins Willem Alexander. Dat resulteerde in het  boek Alexander. In 1990 zou ze haar verhouding met Carmiggelt onthullen in haar werk Mijn beter ik. Op 23 november van dat jaar overleed Rubinstein. Ze won diverse prijzen voor haar werk waaronder de Lofprijs van het Lucas-Ooms Fonds, de Multatuliprijs, de Jan Greshoffprijs en Hélène de Montignyprijs. In 2007 nam het Letterkundig Museum haar op in zijn eregalerij als ‘de eerste columniste van Nederland’. Materiaal:   foto, digitaal bewerkt Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]
Content
Weight
DimensionsN/BN/BN/BN/BN/BN/B
Additional information
Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
  • Attributes
  • Custom attributes
  • Custom fields
Click outside to hide the comparison bar
Compare
Compare ×
Let's Compare! Continue shopping