Kartini

600,00 incl. btw

(Raden Adjeng Kartini) (1879-1904) Pionier voor de rechten van Javaanse vrouwen

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik.
Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Kartini was de oudste dochter van Ngasirah, de bijvrouw van de regent van Djepara, Raden Mas Sosroningrat. Van haar vader kreeg Kartini haar adellijke titel. De  mannelijke leden van Kartini’s familie behoorden tot de Javaanse aristocratie die carrière maakte in het inheemse koloniale bestuur. Ze zagen zich als partners van de Nederlanders en zodoende vonden ze dat ze bepaalde Europese normen over moesten nemen.  Kartini kreeg dan ook les van een Nederlandse gouvernante om haar klaar te stomen voor de School voor Europeanen in Djepara. In 1885 ging ze  inderdaad naar deze lagere school waar nog nauwelijks Javaanse meisjes op zaten.

Lees meer

Uitverkocht

Add to Wishlist
Add to Wishlist

Quick Comparison

SettingsKartini removeHelene Kröller-Müller removeLeonie van Nierop removeCharlotte Jacobs removeNeeltje Lokerse removeTheodora Mann-Bouwmeester remove
Image
SKU
Rating
Price600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw
Stock

Uitverkocht

Uitverkocht

AvailabilityUitverkochtUitverkocht
Add to cart

Lees meer

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Lees meer

Description

(Raden Adjeng Kartini) (1879-1904) Pionier voor de rechten van Javaanse vrouwen

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Kartini was de oudste dochter van Ngasirah, de bijvrouw van de regent van Djepara, Raden Mas Sosroningrat. Van haar vader kreeg Kartini haar adellijke titel. De  mannelijke leden van Kartini’s familie behoorden tot de Javaanse aristocratie die carrière maakte in het inheemse koloniale bestuur. Ze zagen zich als partners van de Nederlanders en zodoende vonden ze dat ze bepaalde Europese normen over moesten nemen.  Kartini kreeg dan ook les van een Nederlandse gouvernante om haar klaar te stomen voor de School voor Europeanen in Djepara. In 1885 ging ze  inderdaad naar deze lagere school waar nog nauwelijks Javaanse meisjes op zaten. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Op school boden boeken haar de mogelijkheid om bepaalde situaties met elkaar te vergelijken. Bovendien zag ze ook bij haar klasgenoten dat dingen anders konden gaan. Meisjes uit de Javaanse elite waren voorbestemd voor de rol van eerste echtgenote, Europese meisjes maakten kans op een carrière en een monogaam huwelijk. Na de lagere school werd Kartini thuisgehouden, in afwachting van een gearrangeerd huwelijk, terwijl haar broers door leerden. Met de komst van de nieuwe Nederlandse ambtenaar Ovink veranderde de situatie van Kartini. Dagelijks werden Kartini en haar zussen in een geblindeerd rijtuig naar Ovink gereden om daar conversatieles te volgen bij Marie Ovink-Soer. De lessen liepen uit op discussies over rechten van vrouwen, carrières en hun visie op de maatschappij. In 1899, na het vertrek van de Ovink, zocht Kartini via een advertentie een Nederlandse penvriendin. De jonge, ongetrouwde en zelfstandige Stella Zeehandelaar reageerde. Vanwege haar artikelen in Nederlandstalige tijdschriften die ze schreef onder het pseudoniem ‘Het klaverblad’ werd Kartini bekend. Ook droeg ze bij aan de Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid in 1898. De nieuwe directeur van het Departement van Onderwijs, J.H. Abendanon, reisde door Java om de situatie van het onderwijs te bespreken. Kartini wilde hij  persoonlijk ontmoeten om hierover te praten. Ze zouden blijven corresponderen. Uit de brieven, ook naar Rosa Abendanon-Mandri, blijkt dat er bij de familie en Nederlandse ambtenaren weerstand is tegen haar plannen voor verder onderwijs en een eigen carrière. Kartini had voor ogen dat meisjes vrij moesten zijn in hun keuze voor een echtgenoot of om alleen te blijven.  Ze stelde studiekringen samen voor jongeren om van gedachte te kunnen wisselen. Voor dorpsmeisjes wilde ze een beroepsopleiding en les in de basisbeginselen  van de gezondheidszorg. De trots op de eigen cultuur moest worden gestimuleerd. Zelf wilde Kartini naar Nederland en dankzij haar contacten kreeg ze een beurs. Maar de macht van haar familie was te groot. Kartini begon daarop een schooltje aan huis. Niet lang daarna volgde het huwelijk met het hoofd van het district Rembang. Kartini zou als eerste echtgenoot moeder worden van zeven van zijn kinderen en samenwonen met drie bijvrouwen. De briefwisseling tussen Kartini en het echtpaar Abendanon en andere brieven werden gepubliceerd door Abendanon. De brieven zijn een belangrijk verslag van de sociale en politieke gebeurtenissen en de rol van de Javaanse elite.  Vandaag de dag wordt Kartini in Indonesië geëerd als onderwijspionier. Over haar strijd tegen zaken als polygamie en kindhuwelijken wordt gezwegen. Materiaal:   foto, collage, draad, houten hertje en kralen Fotograaf:  Tidak Diketahui [/expander_maker]

(Julie Emma Laura) (1869-1939) Kunstverzamelaar

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

De Duitse Helene Müller groeide op in een ondernemersgezin in Dortmund en Düsseldorf. Ze was leergierig en verdiepte zich het liefste in boeken, maar haar ouders vonden dat niet goed voor een meisje. Op aandringen van haar vader accepteerde Müller een huwelijksaanzoek van de Nederlandse Anton Kröller, de broer van de medevennoot van vader Müller. Op achttienjarige leeftijd vertrok Müller met haar man naar Rotterdam. Ze waren niet in gemeenschap van goederen getrouwd waardoor Müller altijd kon beschikken over haar eigen vermogen. In 1889 beviel Helene Müller van een dochter. Drie zoons zouden nog volgden. De zaken van haar man liepen goed en in 1901 betrok het gezin een villa aan de rand van Den Haag. Via haar dochter kwam Helene in contact met kunstcriticus en kunstpedagoog Henk Bremmer. Onder zijn invloed begon ze met het verzamelen van kunst en in 1907 benoemde ze Bremmer tot adviseur. Zo wist hij een grote stempel te drukken op Kröller-Müllers verzameling. Vooral Van Gogh was bij beiden een geliefd kunstenaar. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In die periode leerde Kröller-Müller ook Sam van Deventer kennen. Hij was een schoolgenoot van haar kinderen maar was zo geliefd dat hij min of meer werd opgenomen in het gezin. Tussen Van Deventer en Kröller-Müller ontstond een hechte vriendschap. Vanwege een ingrijpende operatie was ze anders naar het leven gaan kijken. Ze wilde een museum achterlaten waar de ontwikkeling van de moderne kunst getoond kon worden gemaakt. Tussen 1907 en 1919 kocht Kröller-Müller voor 1,2 miljoen gulden aan kunst, vaak ook van relatief onbekende kunstenaars, zoals bijvoorbeeld Bart van der Leck. In 1913 werd een tentoonstelling gehouden met alle Van Goghs uit de collectie van Kröller-Müller in het kantoor van Müller & Co in Den Haag. De expositie was een succes en een deel van het kantoor bleef in gebruik als expositieruimte voor de collectie van Kröller-Müller. Het was de eerste permanente expositie van moderne kunst in Nederland. Hoewel ze eerst een museum in Wassenaar voor ogen had, werd haar blik gericht op de Veluwe. Daar had het echtpaar een stuk land gekocht dat in eerste instantie kon dienen als jachtgebied voor Anton Kröller. In 1914 besloot Helene dat het museum ook hier moest komen. Maar in de jaren twintig en dertig liepen de zaken van Müller & Co terug. De bouw van het museum moest worden stilgelegd. Ook de collectie werd niet verder uitgebreid. De perikelen deden Kröller-Müller realiseren dat de collectie gevaar liep door de verbinding met het bedrijf. De verzameling werd daarom ondergebracht in de Stichting Kröller-Müller. Uiteindelijk verkocht het echtpaar het landgoed Hoge Veluwe in 1935 aan de Stichting Het Nationale Park de Hoge Veluwe. De collectie werd twee jaar later aan de Staat geschonken met de voorwaarde dat deze in een museum werd ondergebracht. Op 25 juni 1938 opende Rijksmuseum Kröller-Müller officieel de deuren. Anderhalf jaar later overleed Helene Kröller-Müller. Ze werd opgebaard tussen haar geliefde Van Goghs en later begraven op het landgoed Hoge Veluwe. Materiaal:   foto, digitaal bewerkt Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1879-1960) Historicus en eerste vrouwelijke doctor in de staatswetenschappen

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Leonie van Nierop groeide op in Amsterdam in een welvarend Joods gezin. Vader Frederik van Nierop was president-directeur van de Amsterdamsche Bank, voorloper van ABN Amro. Daarnaast was hij lid van de gemeenteraad, Provinciale Staten en vanaf 1899 van de Eerste Kamer. Leonie van Nierop haalde haar diploma aan de Hogere Burgerschool voor Meisjes en wilde graag verder studeren. In navolging van haar vader ging ze rechten studeren, maar specialiseerde zich na haar doctoraal in de staatswetenschappen. In 1905 promoveerde ze op De bevolkingsbeweging der Nederlandsche stad, een sociaal-economische geschiedenis van Hollandse steden. Met het proefschrift was ze een van de eerste Nederlandse vrouwen die op een historisch onderzoek promoveerde. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Haar wetenschappelijke carrière zou Van Nierop vervolgen in de economische geschiedenis, omdat een aparte studie geschiedenis toen nog niet bestond. In 1910 kreeg ze de opdracht het derde deel van een bronnenreeks over de Levantse handel te verzorgen in de reeks Rijks Geschiedkundige Publicatiën (RGP). Drie jaar later werd ze lid van de gemeentelijke Commissie van Toezicht op het Lager Onderwijs, het Historisch Genootschap en zette ze zich in voor de oprichting van een Openbare Leeszaal. Van Nierop schreef tientallen artikelen voor het Genootschap Amstelodamum en het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief, evenals voor het Tijdschrift voor Geschiedenis. Vanwege de dood van haar moeder in 1925 verhuisde Van Nierop naar Hotel des Pays Bas in de Doelenstraat. Ze bleef actief in allerlei besturen, zoals van de Vereniging voor Verbetering van Vrouwenkleding, het Leesmuseum voor Vrouwen en het Sanatorium Hoog Laren. In 1938 volgde een verhuizing naar Washington D.C. in de Verenigde Staten vanwege de dreiging uit Duitsland. Na de oorlog kwam ze elk voorjaar terug naar Nederland. Ondanks haar leven in de VS bleef Van Nierop artikelen schrijven voor Genootschap Amstelodamum. Haar zus schonk na haar overlijden een aanzienlijk bedrag aan het genootschap, waarmee verschillende publicaties konden worden betaald. Aan de bibliotheek van het Congres in Washington legateerde Van Nierop haar verzameling zeldzame boeken over de historie van Amsterdam. Materiaal:   foto, collage Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1847-1916) Eerste vrouwelijke apotheker en feminist

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Charlotte Jacobs werd geboren in een Joods gezin. Na de lagere school ging ze naar de Nuts Naai- en Breischool. Daarna deed ze het huishouden van haar  broer Sam, die een apotheek had geopend in Arnhem. Toen Sam trouwde, keerde Charlotte terug naar het ouderlijk huis en begon ze een studie om leerling-apotheker te worden. Na haar examen begon ze als hulp in de apotheek van haar broer. Haar zus Aletta Henriette Jacobs was vermoedelijk een voorbeeld geweest. Zij had medicijnen gestudeerd in Groningen en had zich los weten te maken van de strenge regels en gewoontes voor meisjes in de negentiende eeuw. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In 1877 begon Charlotte Jacobs in Groningen aan een studie tot apotheker. Na haar zus Aletta was ze de tweede vrouwelijke student in Nederland. In 1881 slaagde ze voor het theoretisch en praktisch apothekersexamen. Een jaar later werd ze tweede  apotheker in het Algemeen Ziekenhuis in Utrecht. Toch vertrok ze in 1884 naar Batavia. Daar opende ze in 1887 een eigen apotheek in Menteng, een nieuwe wijk van Batavia. Tot 1907 was ze de enige  vrouwelijke apotheker in Nederlands-Indië waarbij zij altijd voor vrouwelijke assistenten zou kiezen. Jacobs speelde ook in de vrouwenbeweging een rol. Met E.J. Heuvelink-Rotgans en Marie C. Kooij-van Zeggelen richtte ze in 1908 een afdeling op van de  Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Een jaar later had de groep 122 leden, waaronder enkele mannen. Een ander onderwerp waar Jacobs zich op richtte was het onderwijs. In 1912 stichtte Jacobs Vereeniging Steun Onderwijs Vrouwelijke Inlandsche Artsen (SOVIA). Met de vereniging zette ze zich in voor de oprichting van de verpleegstersopleiding Boedi Kemoelian in  Batavia. Vanaf 1851 konden door toedoen van de vereniging ook meisjes de colleges bijwonen van de School tot Opleiding van Indische Artsen. Het lukte Jacobs niet om een geschikte vrouwelijke opvolger te vinden voor haar apotheek. Ze zei de  apotheek daarom vaarwel en vertrok naar Den Haag. Ze werd actief in de Nederlandse vrouwenbeweging, in de vrouwenvredesbeweging en als bestuurslid  van de Haagse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Ze overleed in 1916 in Den Haag. Uit haar testament werd duidelijk dat een groot deel van haar erfenis bestemd was voor het op te richten Charlotte Jacobs Studiefonds, dat ook nu nog bestaat  en bijdraagt aan de studiekosten van jonge vrouwen die zelf niet in staat zijn die kosten te dragen. Materiaal:   foto, collage Fotograaf:  atelier Jacob Merkelbach [/expander_maker]

(1868-1954) Dienstbode

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

De Zeeuwse Neeltje Lokerse werd geboren in Yerseke in een arm gezin. Rond haar twaalfde begon ze als dienstbode bij diverse rijke families, eerst in Zeeland, later in Holland. In 1900 kwam Lokerse in de problemen. Ze was zwanger geraakt van een van haar werkgevers waarmee ze een verhouding had. Deze Sebastiaan Burghout weigerde Lokerse te trouwen of financiële ondersteuning te bieden. Lokerse woonde daarom enige tijd bij haar moeder in Yerseke. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Ze keerde in 1902 terug naar Den Haag waar ze ook werk vond. Een Haagse huisschilder wilde haar kind, tegen betaling, als pleegkind opnemen in zijn gezin. Op 12 september van dat jaar trok Lokerse naar het kantongerecht van Den Haag, waar Sebastiaan Burghout werkte. Ze droeg een geladen revolver bij zich en loste een schot maar raakte Burghout niet. Lokerse werd gearresteerd en naar de gevangenis gebracht. Hoewel ze de vader van haar kind waarschijnlijk al vaker met een revolver had bedreigd om alimentatie af te dwingen, werd ze onder druk van de publieke opinie vrijgesproken. De landelijke pers maakte Lokerse in één klap beroemd. Ze kon zo haar punt maken over het ontbreken van een wet op het onderzoek naar vaderschap. Lokerse bleef in Den Haag wonen en besloot over de aanleiding van haar misdaad te praten. In 1905 hield ze haar eerste lezing over hoe ze tot de actie gekomen was. Ze zou dit tot 1925 blijven doen. Ook publiceerde Lokerse een roman waarin een dienstmeisje in de steek wordt gelaten door een ‘heer’. Met haar optredens wist ze invloedrijke mensen te bewegen tot het doneren van geld om haar verdere publicaties en lezingen te bekostigen. Ze nam het op voor ongehuwde moeders en pleitte voor een betere behandeling van dienstbodes. Ze sloot zich echter nooit aan bij een belangenvereniging. De oplossing voor de problemen van ngehuwde moeders zag Lokerse in een huwelijk met de verwekker of gevangenisstraf wanneer deze al getrouwd was. De alimentatieregeling die in 1909 per wet werd geregeld vond zij niks. In 1916 trouwde Lokerse met de Zeeuwse boer Willem van Strien. Ze overleed in 1954 en werd in stilte begraven. In de Leidse wijk Stevenshof is een pad te vinden dat naar Lokerse vernoemd is. Clare Helene Wesselius schreef een historische roman over Lokerse getiteld Wat vindt u daarvan Majesteit? Het leven en de strijd van de Zeeuwse dienstbode Neeltje Lokerse. Materiaal:   foto, landkaart, schelp, drukknoopjes, draad Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(Antonia Louisa Cornelia) (1850-1939) Toneelspeler

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Theodora (Doortje) Bouwmeester werd geboren als buitenechtelijk kind van Louisa Bouwmeester en Louis Rosenveldt. Haar vader was een bekend acteur terwijl haar moeder een minder succesvol actrice was. Vanwege hun reizende bestaan groeide Bouwmeester op bij haar grootouders. Vanaf 1856, toen Rosenveldt daar een aanstelling kreeg, woonde Bouwmeester met haar broers, zus en ouders in Rotterdam. Ook Bouwmeester had daar haar eerste rol, op 30 maart 1857. Na anderhalf jaar trok het gezin er echter alweer op uit. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] De familie verhuisde in 1865 naar Amsterdam. Bij het gezelschap van haar broer, Bouwmeester, Bamberg en De Boer, kreeg Theodora haar eerste echte aanstelling. Daarna verhuisde ze naar Rotterdam. Ze trouwde er met de tien jaar oudere Maurits Frenkel en kreeg drie kinderen. Het gezin trok in 1872 naar Amsterdam waar Frenkel een jaar later aan tyfus overleed. Bouwmeester speelde door om zo voor inkomsten voor haar gezin te zorgen. Bij de Salon des Variétés kwam Bouwmeesters grote doorbraak. Ze was geïnspireerd door Sarah Bernhardt en speelde in haar stijl de titelrol FrouFrou. Ook met andere rollen, voor een ander gezelschap, kende ze succes. In deze periode begon ze zichzelf Theo te noemen. In 1885 werd Bouwmeesters droom werkelijkheid: ze werd aangenomen bij de Koninklijke Vereeniging Het Nederlands Tooneel in Amsterdam. Van koning Willem III ontving ze de Grote Gouden Medaille voor Kunsten en Wetenschappen voor haar rol in Deborah. Theodora trouwde in 1889 met Diederik Hendrik Brondgeest maar het huwelijk strandde al in 1895. Daarna trouwde ze met musicus Gottfried Mann. Hij eindigde echter geestesziek in een kliniek in Rosmalen. In 1911 kreeg Theo Bouwmeester bij haar veertigjarig jubileum de naar haar vernoemde Theo Bouwmeester-ring die ze in 1934 overdroeg aan Else Mauhs. In januari 1920 speelde ze haar laatste rol: Badeloch in de Gijsbrecht van Amstel. Het afscheid was pijnlijk: Het Nederlands Tooneel weigerde een pensioen. Ook kreeg ze geen afscheidstournee. Haar zoon regelde dat in 1926, toen ze van de stad Amsterdam een pensioen had gekregen. Van minister M.A.M. Waszink kreeg ze het Officierskruis in de Orde van Oranje-Nassau. In 1939 overleed Bouwmeester. Ze werd gezien als de grootste actrice van haar tijd. Materiaal:   foto, vlechtsel met andere foto van mann-bouwmeester Fotograaf:  Jacob Merkelbach/Breitner [/expander_maker]
Content
Weight
DimensionsN/BN/BN/BN/BN/BN/B
Additional information
Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
  • Attributes
  • Custom attributes
  • Custom fields
Click outside to hide the comparison bar
Compare
Compare ×
Let's Compare! Continue shopping