Charlotte Jacobs

600,00 incl. btw

(1847-1916) Eerste vrouwelijke apotheker en feminist

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik.
Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Charlotte Jacobs werd geboren in een Joods gezin. Na de lagere school ging ze naar de Nuts Naai- en Breischool. Daarna deed ze het huishouden van haar  broer Sam, die een apotheek had geopend in Arnhem. Toen Sam trouwde, keerde Charlotte terug naar het ouderlijk huis en begon ze een studie om leerling-apotheker te worden. Na haar examen begon ze als hulp in de apotheek van haar broer. Haar zus Aletta Henriette Jacobs was vermoedelijk een voorbeeld geweest. Zij had medicijnen gestudeerd in Groningen en had zich los weten te maken van de strenge regels en gewoontes voor meisjes in de negentiende eeuw.

Lees meer

Add to Wishlist
Add to Wishlist

Quick Comparison

SettingsCharlotte Jacobs removeKartini removeJulia Bertha Culp removeAnna Maria Francisca Salomons removeHenriette Ronner-Knip removeHelene Kröller-Müller remove
Image
SKU
Rating
Price600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw
Stock

Uitverkocht

AvailabilityUitverkocht
Add to cart

Toevoegen aan winkelwagen

Lees meer

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Description

(1847-1916) Eerste vrouwelijke apotheker en feminist

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Charlotte Jacobs werd geboren in een Joods gezin. Na de lagere school ging ze naar de Nuts Naai- en Breischool. Daarna deed ze het huishouden van haar  broer Sam, die een apotheek had geopend in Arnhem. Toen Sam trouwde, keerde Charlotte terug naar het ouderlijk huis en begon ze een studie om leerling-apotheker te worden. Na haar examen begon ze als hulp in de apotheek van haar broer. Haar zus Aletta Henriette Jacobs was vermoedelijk een voorbeeld geweest. Zij had medicijnen gestudeerd in Groningen en had zich los weten te maken van de strenge regels en gewoontes voor meisjes in de negentiende eeuw. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In 1877 begon Charlotte Jacobs in Groningen aan een studie tot apotheker. Na haar zus Aletta was ze de tweede vrouwelijke student in Nederland. In 1881 slaagde ze voor het theoretisch en praktisch apothekersexamen. Een jaar later werd ze tweede  apotheker in het Algemeen Ziekenhuis in Utrecht. Toch vertrok ze in 1884 naar Batavia. Daar opende ze in 1887 een eigen apotheek in Menteng, een nieuwe wijk van Batavia. Tot 1907 was ze de enige  vrouwelijke apotheker in Nederlands-Indië waarbij zij altijd voor vrouwelijke assistenten zou kiezen. Jacobs speelde ook in de vrouwenbeweging een rol. Met E.J. Heuvelink-Rotgans en Marie C. Kooij-van Zeggelen richtte ze in 1908 een afdeling op van de  Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Een jaar later had de groep 122 leden, waaronder enkele mannen. Een ander onderwerp waar Jacobs zich op richtte was het onderwijs. In 1912 stichtte Jacobs Vereeniging Steun Onderwijs Vrouwelijke Inlandsche Artsen (SOVIA). Met de vereniging zette ze zich in voor de oprichting van de verpleegstersopleiding Boedi Kemoelian in  Batavia. Vanaf 1851 konden door toedoen van de vereniging ook meisjes de colleges bijwonen van de School tot Opleiding van Indische Artsen. Het lukte Jacobs niet om een geschikte vrouwelijke opvolger te vinden voor haar apotheek. Ze zei de  apotheek daarom vaarwel en vertrok naar Den Haag. Ze werd actief in de Nederlandse vrouwenbeweging, in de vrouwenvredesbeweging en als bestuurslid  van de Haagse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Ze overleed in 1916 in Den Haag. Uit haar testament werd duidelijk dat een groot deel van haar erfenis bestemd was voor het op te richten Charlotte Jacobs Studiefonds, dat ook nu nog bestaat  en bijdraagt aan de studiekosten van jonge vrouwen die zelf niet in staat zijn die kosten te dragen. Materiaal:   foto, collage Fotograaf:  atelier Jacob Merkelbach [/expander_maker]

(Raden Adjeng Kartini) (1879-1904) Pionier voor de rechten van Javaanse vrouwen

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Kartini was de oudste dochter van Ngasirah, de bijvrouw van de regent van Djepara, Raden Mas Sosroningrat. Van haar vader kreeg Kartini haar adellijke titel. De  mannelijke leden van Kartini’s familie behoorden tot de Javaanse aristocratie die carrière maakte in het inheemse koloniale bestuur. Ze zagen zich als partners van de Nederlanders en zodoende vonden ze dat ze bepaalde Europese normen over moesten nemen.  Kartini kreeg dan ook les van een Nederlandse gouvernante om haar klaar te stomen voor de School voor Europeanen in Djepara. In 1885 ging ze  inderdaad naar deze lagere school waar nog nauwelijks Javaanse meisjes op zaten. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Op school boden boeken haar de mogelijkheid om bepaalde situaties met elkaar te vergelijken. Bovendien zag ze ook bij haar klasgenoten dat dingen anders konden gaan. Meisjes uit de Javaanse elite waren voorbestemd voor de rol van eerste echtgenote, Europese meisjes maakten kans op een carrière en een monogaam huwelijk. Na de lagere school werd Kartini thuisgehouden, in afwachting van een gearrangeerd huwelijk, terwijl haar broers door leerden. Met de komst van de nieuwe Nederlandse ambtenaar Ovink veranderde de situatie van Kartini. Dagelijks werden Kartini en haar zussen in een geblindeerd rijtuig naar Ovink gereden om daar conversatieles te volgen bij Marie Ovink-Soer. De lessen liepen uit op discussies over rechten van vrouwen, carrières en hun visie op de maatschappij. In 1899, na het vertrek van de Ovink, zocht Kartini via een advertentie een Nederlandse penvriendin. De jonge, ongetrouwde en zelfstandige Stella Zeehandelaar reageerde. Vanwege haar artikelen in Nederlandstalige tijdschriften die ze schreef onder het pseudoniem ‘Het klaverblad’ werd Kartini bekend. Ook droeg ze bij aan de Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid in 1898. De nieuwe directeur van het Departement van Onderwijs, J.H. Abendanon, reisde door Java om de situatie van het onderwijs te bespreken. Kartini wilde hij  persoonlijk ontmoeten om hierover te praten. Ze zouden blijven corresponderen. Uit de brieven, ook naar Rosa Abendanon-Mandri, blijkt dat er bij de familie en Nederlandse ambtenaren weerstand is tegen haar plannen voor verder onderwijs en een eigen carrière. Kartini had voor ogen dat meisjes vrij moesten zijn in hun keuze voor een echtgenoot of om alleen te blijven.  Ze stelde studiekringen samen voor jongeren om van gedachte te kunnen wisselen. Voor dorpsmeisjes wilde ze een beroepsopleiding en les in de basisbeginselen  van de gezondheidszorg. De trots op de eigen cultuur moest worden gestimuleerd. Zelf wilde Kartini naar Nederland en dankzij haar contacten kreeg ze een beurs. Maar de macht van haar familie was te groot. Kartini begon daarop een schooltje aan huis. Niet lang daarna volgde het huwelijk met het hoofd van het district Rembang. Kartini zou als eerste echtgenoot moeder worden van zeven van zijn kinderen en samenwonen met drie bijvrouwen. De briefwisseling tussen Kartini en het echtpaar Abendanon en andere brieven werden gepubliceerd door Abendanon. De brieven zijn een belangrijk verslag van de sociale en politieke gebeurtenissen en de rol van de Javaanse elite.  Vandaag de dag wordt Kartini in Indonesië geëerd als onderwijspionier. Over haar strijd tegen zaken als polygamie en kindhuwelijken wordt gezwegen. Materiaal:   foto, collage, draad, houten hertje en kralen Fotograaf:  Tidak Diketahui [/expander_maker]

(1880-1970) Zanger

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Julia Culp werd geboren in Groningen in een familie van Joodse komedianten en muzikanten waardoor ze door sommigen met de nek werd aangekeken. Julia werd op school gepest en genegeerd. Toch kreeg Culp een goede opleiding en leerde ze viool en piano spelen. Ook volgde ze zanglessen. Met een stipendium van koningin Emma kon Culp op haar vijftiende naar het Conservatorium van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst in Amsterdam. Na het behalen van haar diploma in 1900 trad Culp op in Nederland om al snel naar Berlijn te vertrekken. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] De roem en reputatie van Culp stegen vanaf 1903 snel. De verzoeken en boekingen komen uit heel Europa waarbij Culp zich beperkte tot het zingen van liederen van Duitstalige romantische componisten. Ze trad diverse malen op voor de Duitse keizerlijke familie en  andere vorstenhuizen. In 1913 debuteerde ze in New York. Ze toerde door Noord- en Zuid-Amerika, zong met Enrico Caruso en deed een tournee met cellist Pablo Casals. Ook andere vooraanstaande musici, zoals Heinrich Potpeschnigg, Edward Grieg, Willem Mengelberg, Max Reger, Camille Saint-Saëns en Richard Strauss zouden Culp incidenteel begeleiden. Na haar tweede huwelijk in 1919 met de schatrijke baron Willy Ginzkey beëindigde Culp haar zangcarrière en vestigde zich in Bohemen. Nog enkele keren trad Culp op, vooral bij liefdadigheidsbijeenkomsten. Vanaf 1937 gaf ze les aan de Weense Staatsakademie maar met de aansluiting van Oostenrijk bij Nazi- Duitsland vertrok ze naar Tsjecho-Slowakije. Vanwege de annexatie van Sudetenland moest ze ook daar snel weer vertrekken. Ze trok in bij haar zus in Amsterdam en samen doken ze onder. Culp schuilde het grootste deel van de oorlog bij beeldhouwer Bertus Sondaar in Loenen aan de Vecht. Door bemiddeling van  de Duitse dirigent Wilhelm Furtwängler kregen de zussen Culp al voor de bevrijding toestemming om terug te keren naar hun appartement. Na de oorlog leiden ze een teruggetrokken bestaan. Culp stierf in 1970, relatief onbekend omdat haar carrière en roem in de loop der tijd in vergetelheid waren geraakt. Materiaal:   foto, gemarmerd papier,schilderijlijstje Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(Ada Gerlo) (1885-1980) Schrijver

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Anna (Annie) Salomons groeide op in Rotterdam op het terrein van de gasfabriek waar haar vader directeur was. Op zestienjarige leeftijd debuteerde Salomons met een aantal verzen in Jong Holland. Johan de Meester, kunstredacteur bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant, waardeerde haar werk en plaatste een gedicht in de krant. Hij ontfermde zich over haar en introduceerde  Salomons in de literaire wereld. In 1903 droeg hij haar voor als lid van de Vereniging van Letterkundigen en bracht haar in contact met uitgeverij Van Dishoeck, die haar eerste bundel uitgaf in 1905: Verzen, I. Salomons begon aan een studie rechten in Leiden, verhuisde naar Utrecht, maar maakte de studie niet af. Ze keerde terug naar haar ouders die inmiddels in Den Haag woonden. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Als romanschrijver debuteerde Salomons in 1907 met Een meisje-studentje waarin ze het universitaire mannenbolwerk in Leiden als onderwerp behandelde. Het zorgde voor grote oproer en werd een heus verkoopsucces. Een tweede bundel gedichten verscheen in 1910, Verzen II. De moeilijkheden die een intelligente jonge vrouw meemaakt terwijl zij zich staande probeert te houden, waren ook in later werk een thema. Onder het pseudoniem van Ada Gerlo publiceerde ze Langs het geluk (1913), Herinneringen van een onafhankelijke vrouw (1915) en Daadlooze droomen (1919). Deze laatste titel werd maar liefst vijftien keer herdrukt.  Naast haar literaire werk schreef Salomons wekelijks columns in De Nieuwe Groene en De Amsterdammer/ De Groene Amsterdammer. Dit deed ze vooral om inkomsten te genereren. Haar columns bevatten met regelmaat persoonlijke details waarbij ze haar eigen onzekerheden niet verborg. De directe omgeving, maar ook de wereld in brede zin, werden nauw gevolgd en beschreven. Met haar trouwen in 1924 was er ook een afscheid van het ouderlijk huis. Samen met haar man, Henri van Wagening, vertrok Salomons naar Nederlands-Indië. Daar bleef ze schrijven en columns en een essaybundel volgde. Het paar keerde in 1927 terug naar Nederland omdat het Indische klimaat slecht beviel. Als vertaler had Salomons succes met Van het Westelijk front geen nieuws van Remarques. Na de oorlog herleefde haar succes met Herinneringen uit den ouden tijd: aan schrijvers die ik persoonlijk heb gekend. Salomons was erelid van de PEN-club, lid van de Vereniging van Letterkundigen en de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Ook werd ze Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Voor haar oeuvre ontving ze op haar negentigste de Jacobsonprijs. In 1980 overleed Salomons in Den Haag. Materiaal:   foto, digitaal bewerkt Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1821-1909) Kunstenaar

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Henriette Knip werd geboren in Amsterdam. Met haar broer behoorde ze tot de derde generatie kunstenaars in de familie. Grootvader Nicholaas Frederik was  behangselschilder, vader Josephus Augustus was kunstschilder. Ook oom Mattheus Derk en tante Henrietta Geertrui werkten als kunstenaar. Het gezin Knip verhuisde veel en ze woonden in Parijs, Vught, Den Haag, Beek en Den Bosch. Vanaf 1840 was Berlicum de woonplaats van de familie Knip. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Henriette begon op haar vierde met schilderen. Omdat haar vader vanwege een oogziekte moest stoppen met schilderen, droeg Henriette al jong bij aan het inkomen van het gezin. Vanaf 1938 verkocht ze haar werk op de jaarlijkse tentoonstelling van Levende  Meesters. De familie Knip verhuisde terug naar Amsterdam, waar Henriette als eerste vrouw toetrad tot kunstenaarsgenootschap Arti et Amicitiae. Knip specialiseerde zich in het schilderen van dieren. Met haar echtgenoot Feico Ronner vertrok ze op enig moment naar België. Hier sloot zij zich aan bij diverse kunstenaarsgenootschappen. Ze raakte gefascineerd door trekhonden en verwerkte die in haar werk. De hondenschilderijen brachten Knip veel roem, maar met de poezenwerken vestigde ze vanaf 1870 definitief haar naam. Ze bleken ook commercieel een succes en concurrentie was er nauwelijks. Door de katten tussen fraaie meubels en kostbare objecten te plaatsen waren de afbeeldingen herkenbaar voor het welgestelde publiek. Vanwege haar succes en het feit dan Feico niet in staat was te werken was Knip ook kostwinner van het gezin. Feico hielp haar wel met de zakelijke kant van het kunstenaarschap. Knip exposeerde veel, ook in het buitenland. Gedurende haar carrière stegen de prijzen van haar werk ook aanzienlijk. Zo kostte een van haar werken in 1880 tweeduizend gulden ; een bedrag dat alleen de bekendste kunstenaars voor hun werk ontvingen. Knip overleed in 1909 en werd bijgezet in het familiegraf. Hoewel kunsthistorici het werk van Knip vanwege de dierenthematiek lange tijd niet serieus namen, worden de schilderijen nog altijd gezocht door verzamelaars en voor flinke prijzen verkocht. Materiaal:   foto, pauwen veer Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(Julie Emma Laura) (1869-1939) Kunstverzamelaar

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

De Duitse Helene Müller groeide op in een ondernemersgezin in Dortmund en Düsseldorf. Ze was leergierig en verdiepte zich het liefste in boeken, maar haar ouders vonden dat niet goed voor een meisje. Op aandringen van haar vader accepteerde Müller een huwelijksaanzoek van de Nederlandse Anton Kröller, de broer van de medevennoot van vader Müller. Op achttienjarige leeftijd vertrok Müller met haar man naar Rotterdam. Ze waren niet in gemeenschap van goederen getrouwd waardoor Müller altijd kon beschikken over haar eigen vermogen. In 1889 beviel Helene Müller van een dochter. Drie zoons zouden nog volgden. De zaken van haar man liepen goed en in 1901 betrok het gezin een villa aan de rand van Den Haag. Via haar dochter kwam Helene in contact met kunstcriticus en kunstpedagoog Henk Bremmer. Onder zijn invloed begon ze met het verzamelen van kunst en in 1907 benoemde ze Bremmer tot adviseur. Zo wist hij een grote stempel te drukken op Kröller-Müllers verzameling. Vooral Van Gogh was bij beiden een geliefd kunstenaar. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In die periode leerde Kröller-Müller ook Sam van Deventer kennen. Hij was een schoolgenoot van haar kinderen maar was zo geliefd dat hij min of meer werd opgenomen in het gezin. Tussen Van Deventer en Kröller-Müller ontstond een hechte vriendschap. Vanwege een ingrijpende operatie was ze anders naar het leven gaan kijken. Ze wilde een museum achterlaten waar de ontwikkeling van de moderne kunst getoond kon worden gemaakt. Tussen 1907 en 1919 kocht Kröller-Müller voor 1,2 miljoen gulden aan kunst, vaak ook van relatief onbekende kunstenaars, zoals bijvoorbeeld Bart van der Leck. In 1913 werd een tentoonstelling gehouden met alle Van Goghs uit de collectie van Kröller-Müller in het kantoor van Müller & Co in Den Haag. De expositie was een succes en een deel van het kantoor bleef in gebruik als expositieruimte voor de collectie van Kröller-Müller. Het was de eerste permanente expositie van moderne kunst in Nederland. Hoewel ze eerst een museum in Wassenaar voor ogen had, werd haar blik gericht op de Veluwe. Daar had het echtpaar een stuk land gekocht dat in eerste instantie kon dienen als jachtgebied voor Anton Kröller. In 1914 besloot Helene dat het museum ook hier moest komen. Maar in de jaren twintig en dertig liepen de zaken van Müller & Co terug. De bouw van het museum moest worden stilgelegd. Ook de collectie werd niet verder uitgebreid. De perikelen deden Kröller-Müller realiseren dat de collectie gevaar liep door de verbinding met het bedrijf. De verzameling werd daarom ondergebracht in de Stichting Kröller-Müller. Uiteindelijk verkocht het echtpaar het landgoed Hoge Veluwe in 1935 aan de Stichting Het Nationale Park de Hoge Veluwe. De collectie werd twee jaar later aan de Staat geschonken met de voorwaarde dat deze in een museum werd ondergebracht. Op 25 juni 1938 opende Rijksmuseum Kröller-Müller officieel de deuren. Anderhalf jaar later overleed Helene Kröller-Müller. Ze werd opgebaard tussen haar geliefde Van Goghs en later begraven op het landgoed Hoge Veluwe. Materiaal:   foto, digitaal bewerkt Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]
Content
Weight
DimensionsN/BN/BN/BN/BN/BN/B
Additional information
Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
  • Attributes
  • Custom attributes
  • Custom fields
Click outside to hide the comparison bar
Compare
Compare ×
Let's Compare! Continue shopping