Louisa Constantia Julia Eduarda Went

600,00 incl. btw

(Louise) (1865-1951) Woningopzichter en directeur N.V. Bouwonderneming Jordaan

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik.
Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Louisa Went groeide op in een Waals-hervormd gezin dat woonde aan de Amsterdamse Herengracht. Ze trad in eerste instantie toe tot de kerk, maar voelde zich later meer aangetrokken tot het socialisme. Sociaalliberaal feministe Hélene Mercier, grondlegger van het maatschappelijk werk, was een inspiratiebron. Vooral haar stukken over het woningvraagstuk spraken Went aan. Went leerde haar persoonlijk kennen en via Mercier nam ze zitting in verschillende commissies die zich bezighielden met uiteenlopende woningvraagstukken.

Lees meer

Add to Wishlist
Add to Wishlist

Quick Comparison

SettingsLouisa Constantia Julia Eduarda Went removeJohanna Wilhelmina Antoinette Naber removeCharlotte Jacobs removeJulia Bertha Culp removeEmma Wilhelmine Therese van Waldeck-Pyrmont removeElisabeth Sara Clasina de Swart remove
Image
SKU
Rating
Price600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw
Stock

Uitverkocht

AvailabilityUitverkocht
Add to cart

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Lees meer

Description

(Louise) (1865-1951) Woningopzichter en directeur N.V. Bouwonderneming Jordaan

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Louisa Went groeide op in een Waals-hervormd gezin dat woonde aan de Amsterdamse Herengracht. Ze trad in eerste instantie toe tot de kerk, maar voelde zich later meer aangetrokken tot het socialisme. Sociaalliberaal feministe Hélene Mercier, grondlegger van het maatschappelijk werk, was een inspiratiebron. Vooral haar stukken over het woningvraagstuk spraken Went aan. Went leerde haar persoonlijk kennen en via Mercier nam ze zitting in verschillende commissies die zich bezighielden met uiteenlopende woningvraagstukken. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Went werd in 1896 lid van een commissie die onderzocht of het bouwen van arbeiderswoningen zonder overheidssteun mogelijk was. Het betrof een gebied in de Amsterdamse Jordaan waar huizen moesten komen. In Engeland ontmoette ze Octavia Hill, ’s werelds eerste woningopzichter. Hill knapte bij voorkeur krotten op terwijl Went zicht richtte op nieuwbouw. In Amsterdam vroeg Went architect Jan  van der Pek woningen te ontwerpen voor een braakliggend terrein aan de Lindengracht. Ze werd directeur van N.V. Bouwonderneming Jordaan en bleef op die manier betrokken bij de bouw van nieuwe woningen. Ook werd ze woningopzichter. Ze haalde de huur op en hield toezicht op de huurders en het huurdersreglement. Met sociaal werker Maria Muller-Lulofs richtte Went in 1899 de School voor Maatschappelijk werk op, de eerste in zijn soort. Tot 1945 zou Went als president van de school betrokken zijn. Ze trouwde in 1902 met architect Jan van der Pek. Samen waren ze betrokken bij de oprichting van de Vereniging Amsterdams Bouwfonds en het Amsterdams Tehuis voor Arbeiders. Van der Pek bouwde beide complexen, Went beheerde ze. Went kreeg in 1934 de zilveren medaille van de stad Amsterdam. Gedurende de oorlog financierde ze voedselpakketten voor gedetineerden in concentratiekampen. Ze overleed in 1951. Ter nagedachtenis werd in 1964 het Louise Wenthuis gebouwd in Amsterdam; een flatgebouw bedoeld voor alleenstaande vrouwen. In Leiden en Amsterdam herinneren straten aan de vrouw die zich als een van de eersten bezighield met sociale woningbouw. Materiaal:   foto, collage met kaart van eigen werk Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1859-1941) Feminist en historicus

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Johanna Naber werd geboren in Zwolle maar verhuisde in 1870 naar Amsterdam. Haar vader was daar benoemd tot hoogleraar aan het Atheneum Illustre. Vanwege een handicap bleef Naber klein en liep ze moeilijk. Haar vader gaf haar thuis les als ze daardoor niet in staat was naar school te gaan. In 1876 haalde ze het eindexamen van de Hogere Burgerschool voor meisjes. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Naber publiceerde haar eerste boekje, Handelingen bij het kunstnaaldwerk, in 1887. Ze zat in de examencommissies bij handwerkexamens en was regentes van de Amsterdamse Werk- en Leerschool voor meisjes. Toch verdiepte ze zich ook in andere dan huishoudelijke onderwerpen. Verschillende intellectuelen kwamen bij de familie thuis en zo kwam Naber met allerlei ideeën in aanraking. Ze ging zich steeds meer in de geschiedenis verdiepen. In 1890 publiceerde ze de biografische studie Kracht in zwakheid I. Het beeld van Angélique Arnauld, abdis van Port Royal (1591-1661). Na haar dertigste raakte Naber steeds meer betrokken bij het feminisme. Ze hielp mee met de voorbereidingen van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898 en werkte als redacteur van het blad Vrouwenarbeid dat bij de tentoonstelling werd uitgegeven. Haar inzet werd beloond met de grote gouden medaille die door de koningin beschikbaar was gesteld. Vanaf dat moment werd de vrouwenbeweging een steeds groter aandachtspunt voor Naber. In 1898 werd ze lid van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht en van 1904 tot 1906 was ze bestuurslid van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht. Als lid van de Historische Commissie werkte ze ook mee aan de totstandkoming van de tentoonstelling ‘De vrouw. 1813-1913’. Door de koningin werd ze benoemd tot ‘Eeredame in de Huisorde van Oranje’ om een aantal maanden later ook nog te worden onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1914 richtte Naber De Nederlandsche Vrouwengids op, een tijdschrift over vrouwenvraagstukken.  Vanaf 1917 was Naber presidente van de Nationale Vrouwenraad en raakte zo ook betrokken bij de Internationale Vrouwenraad. Naber werd in 1918 als eerste vrouw lid van het dagelijks bestuur van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Ook was ze lid van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap, het Historisch Genootschap en erelid van de Vereeniging van Vrouwen met een Academische Opleiding. Samen met Wilhelmina Posthumus-van der Groot en Rosa Manus richtte ze in 1935 het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV). Naber overleed in 1941 nadat zij haar hele leven voor haar ouders en twee alleenstaande broers had gezorgd. Ze liet een uitgebreid oeuvre na dat zijn zwaartepunt had op historisch en politiek feministisch gebied. De Franse overheersing van Nederland, maar ook de levens van bekende vrouwen hadden haar bijzondere aandacht gehad. Met haar vrouwenbiografieën en feministische gedenkschriften was Naber de eerste geschiedschrijver van de Nederlandse vrouwenbeweging. Materiaal:   foto, textiel, collage Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1847-1916) Eerste vrouwelijke apotheker en feminist

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Charlotte Jacobs werd geboren in een Joods gezin. Na de lagere school ging ze naar de Nuts Naai- en Breischool. Daarna deed ze het huishouden van haar  broer Sam, die een apotheek had geopend in Arnhem. Toen Sam trouwde, keerde Charlotte terug naar het ouderlijk huis en begon ze een studie om leerling-apotheker te worden. Na haar examen begon ze als hulp in de apotheek van haar broer. Haar zus Aletta Henriette Jacobs was vermoedelijk een voorbeeld geweest. Zij had medicijnen gestudeerd in Groningen en had zich los weten te maken van de strenge regels en gewoontes voor meisjes in de negentiende eeuw. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In 1877 begon Charlotte Jacobs in Groningen aan een studie tot apotheker. Na haar zus Aletta was ze de tweede vrouwelijke student in Nederland. In 1881 slaagde ze voor het theoretisch en praktisch apothekersexamen. Een jaar later werd ze tweede  apotheker in het Algemeen Ziekenhuis in Utrecht. Toch vertrok ze in 1884 naar Batavia. Daar opende ze in 1887 een eigen apotheek in Menteng, een nieuwe wijk van Batavia. Tot 1907 was ze de enige  vrouwelijke apotheker in Nederlands-Indië waarbij zij altijd voor vrouwelijke assistenten zou kiezen. Jacobs speelde ook in de vrouwenbeweging een rol. Met E.J. Heuvelink-Rotgans en Marie C. Kooij-van Zeggelen richtte ze in 1908 een afdeling op van de  Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Een jaar later had de groep 122 leden, waaronder enkele mannen. Een ander onderwerp waar Jacobs zich op richtte was het onderwijs. In 1912 stichtte Jacobs Vereeniging Steun Onderwijs Vrouwelijke Inlandsche Artsen (SOVIA). Met de vereniging zette ze zich in voor de oprichting van de verpleegstersopleiding Boedi Kemoelian in  Batavia. Vanaf 1851 konden door toedoen van de vereniging ook meisjes de colleges bijwonen van de School tot Opleiding van Indische Artsen. Het lukte Jacobs niet om een geschikte vrouwelijke opvolger te vinden voor haar apotheek. Ze zei de  apotheek daarom vaarwel en vertrok naar Den Haag. Ze werd actief in de Nederlandse vrouwenbeweging, in de vrouwenvredesbeweging en als bestuurslid  van de Haagse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Ze overleed in 1916 in Den Haag. Uit haar testament werd duidelijk dat een groot deel van haar erfenis bestemd was voor het op te richten Charlotte Jacobs Studiefonds, dat ook nu nog bestaat  en bijdraagt aan de studiekosten van jonge vrouwen die zelf niet in staat zijn die kosten te dragen. Materiaal:   foto, collage Fotograaf:  atelier Jacob Merkelbach [/expander_maker]

(1880-1970) Zanger

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Julia Culp werd geboren in Groningen in een familie van Joodse komedianten en muzikanten waardoor ze door sommigen met de nek werd aangekeken. Julia werd op school gepest en genegeerd. Toch kreeg Culp een goede opleiding en leerde ze viool en piano spelen. Ook volgde ze zanglessen. Met een stipendium van koningin Emma kon Culp op haar vijftiende naar het Conservatorium van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst in Amsterdam. Na het behalen van haar diploma in 1900 trad Culp op in Nederland om al snel naar Berlijn te vertrekken. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] De roem en reputatie van Culp stegen vanaf 1903 snel. De verzoeken en boekingen komen uit heel Europa waarbij Culp zich beperkte tot het zingen van liederen van Duitstalige romantische componisten. Ze trad diverse malen op voor de Duitse keizerlijke familie en  andere vorstenhuizen. In 1913 debuteerde ze in New York. Ze toerde door Noord- en Zuid-Amerika, zong met Enrico Caruso en deed een tournee met cellist Pablo Casals. Ook andere vooraanstaande musici, zoals Heinrich Potpeschnigg, Edward Grieg, Willem Mengelberg, Max Reger, Camille Saint-Saëns en Richard Strauss zouden Culp incidenteel begeleiden. Na haar tweede huwelijk in 1919 met de schatrijke baron Willy Ginzkey beëindigde Culp haar zangcarrière en vestigde zich in Bohemen. Nog enkele keren trad Culp op, vooral bij liefdadigheidsbijeenkomsten. Vanaf 1937 gaf ze les aan de Weense Staatsakademie maar met de aansluiting van Oostenrijk bij Nazi- Duitsland vertrok ze naar Tsjecho-Slowakije. Vanwege de annexatie van Sudetenland moest ze ook daar snel weer vertrekken. Ze trok in bij haar zus in Amsterdam en samen doken ze onder. Culp schuilde het grootste deel van de oorlog bij beeldhouwer Bertus Sondaar in Loenen aan de Vecht. Door bemiddeling van  de Duitse dirigent Wilhelm Furtwängler kregen de zussen Culp al voor de bevrijding toestemming om terug te keren naar hun appartement. Na de oorlog leiden ze een teruggetrokken bestaan. Culp stierf in 1970, relatief onbekend omdat haar carrière en roem in de loop der tijd in vergetelheid waren geraakt. Materiaal:   foto, gemarmerd papier,schilderijlijstje Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1858-1934) Koningin, regentes

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Emma was een dochter van Georg Victor, vorst van Waldeck-Pyrmont, en Helene Wilhelmine Henriette Pauline Marianne prinses van Nassau-Weilburg. Zowel via haar vader als via haar moeder was ze verwant aan de familie Van Nassau. Ze kreeg onderwijs  aan huis en groeide op in een relatief gemoedelijke omgeving. Op haar twintigste werd ze door koning Willem III, al 61 jaar op dat moment, ten huwelijk gevraagd. Ondanks het leeftijdsverschil en het verschil in stand werd het huwelijk inderdaad voltrokken. In 1879 trouwden Emma en Willem in Bad Arolsen waarna Emma meeging naar Nederland. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In 1880 werd Wilhelmina Helena Paulina Maria geboren. Vanwege het overlijden van haar twee halfbroers Willem en Alexander werd Wilhelmina kroonprinses. Willem III trok zich in deze periode meer en meer terug en op 17 november 1890 overleed hij. Emma trad drie dagen later, als eerste vrouw in deze functie, aan als regentes voor de tienjarige Wilhelmina. In korte tijd wist Emma de verhoudingen die onder Willem III verslechterd waren te verbeteren.  Ze had grondige dossierkennis en voerde regelmatig overleg met adviseurs en ministers. Wilhelmina kreeg een strenge opvoeding van haar moeder en werd inhoudelijk voorbereid op het toekomstige koningschap. Samen reisden ze tussen 1891 en 1896 naar alle provincies in het land. De  bezoeken versterkten de populariteit van de Oranjes.Op 6 september 1898 werd Wilhelmina als achttienjarige  ingehuldigd. Tot haar huwelijk met Hendrik vanMecklenburg in 1901 woonde Emma bij haar dochter. Daarna vertrok ze naar een paleis aan het Lange Voorhout. Emma richtte zich al vroeg in haar leven op de armenzorg, tbc-bestrijding en ziekenverpleging. Het eerste grote sanatorium voor tbc-patiënten maakte zij financieel mogelijk. Met het volwassen worden van kleindochter Juliana bestond er weinig kans meer dat  Emma nog als regentes zou moeten aantreden. In 1934 overleed Emma aan een longontsteking. Ze werd bijgezet in de grafkelder in de Nieuwe Kerk in Delft. Het Emmafonds en het Emma Kinderziekenhuis herinneren aan haar goede werk op gebied van ziekenen armenzorg. Materiaal:   foto, scherven, textiel Fotograaf:  Th. Molsberger [/expander_maker]

(1861-1951) Beeldhouwer en mecenas

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

lisabeth Sara Clasina de Swart was de dochter van kunstschilder Corstianus de Swart en Elisabeth IJntema. Ze groeide op in Arnhem in een doopsgezinde familie. Ze kreeg thuis les, van haar moeder in taal en literatuur en van haar vader in diverse kunstvakken. Met hulp van haar vader en het erfdeel van haar moeder kon zij zich in 1887 vestigen in Amsterdam. Daar begon ze aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid maar vertrok al snel om les te nemen bij beeldhouwer Lambertus Zijl. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In Amsterdam werd De Swart deel van het culturele leven. Ze kocht het werk van de Tachtigers en ondersteunde sommigen zelfs. George Breitner en Jan Veth beeldden haar af en schrijver Willem Paap vormde de vrouwelijke hoofdpersoon van zijn roman Vincent Haman vermoedelijk naar De Swart. Met haar vriendin Baukje van Mesdag – Elisabeth de Swart was min of meer openlijk lesbisch – verhuisde ze in 1889 naar Parijs. Hier leerde ze kunstenaars als Vincent van Gogh, Odillon Redon en Auguste Rodin kennen. Door haar toedoen kreeg Redon in 1894 een tentoonstelling bij de Haagsche Kunstkring. Elisabeth woonde met haar vriendin Anna Vis tussen 1892 en 1894 in Rotterdam. Daarna betrokken ze een etage aan het Oosterpark in het zogenaamde Willem Witsenhuis in Amsterdam. Verschillende Tachtigers kwamen daar samen. Met Isaac Israëls, die beneden  woonde, en feministe Annette Versluys-Poelman verzorgden zij Willem Kloos, die aan depressies leed en alcoholist was. Met haar laatste partner, Emilie van Kerckhoff, woonde De Swart tussen 1898 en 1914 in Laren (NH). Ze maakte een aantal ontwerpen voor ’t Binnenhuis en werd lid van de Hilversumsche Kunstkring. Ze exposeerde bovendien op de tentoonstelling De vrouw 1813-1913. In Laren ontvingen De Swart en Van Kerckhoff kunstenaars en componisten als Gustav Mahler, Emile Bernard en Lodewijk van Deyssel. Het stel vertrok in 1914 vanwege financiële problemen definitief naar Italië. Van Kerckhoff en De Swart groeiden enigszins uit elkaar maar verbraken het  contact nooit. Elisabeth de Swart leidde een teruggetrokken leven, boetseerde en verkocht af en toe wat. Uiteindelijk zou ze in 1951 op Capri overlijden waar zij en Van Kerckhoff sinds 1920 woonden. Materiaal:   foto, collage, vilt Fotograaf:  George Hendrik Breitner [/expander_maker]
Content
Weight
DimensionsN/BN/BN/BN/BN/BN/B
Additional information
Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
  • Attributes
  • Custom attributes
  • Custom fields
Click outside to hide the comparison bar
Compare
Compare ×
Let's Compare! Continue shopping