Maria Petitpas

600,00 incl. btw

(1566-1640) Vrouw en predikant Johannes Wtenbogaert, voorman van de Remonstranten

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik.
Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Vermoedelijk werd Maria Petitpas geboren in Den Bosch. In Wesel woonde ze met haar eerste man Francois aux Brebis. Na zijn dood leerde ze haar tweede man, Johannes Wtenbogaert, kennen. Zij trouwden in 1606 in Den Haag, waar ze zich ook vestigden. Petitpas beheerde de financiën in huis. Zelf had ze een omvangrijk vermogen. Gedurende het 12-jarig Bestand was het huis van Petitpas en Wtenbogaert een belangrijke plek voor remonstrantse predikanten die een tijdelijk onderkomen zochten.

Lees meer

Add to Wishlist
Add to Wishlist
Categorie: Tags: ,

Quick Comparison

SettingsMaria Petitpas removePetronella Dunois removeCatharina van Gelre removeFoelke Kampana removeJudith Leyster removeJohanna Magdelena Lindeman remove
Image
SKU
Rating
Price600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw
Stock
Availability
Add to cart

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Description

(1566-1640) Vrouw en predikant Johannes Wtenbogaert, voorman van de Remonstranten

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Vermoedelijk werd Maria Petitpas geboren in Den Bosch. In Wesel woonde ze met haar eerste man Francois aux Brebis. Na zijn dood leerde ze haar tweede man, Johannes Wtenbogaert, kennen. Zij trouwden in 1606 in Den Haag, waar ze zich ook vestigden. Petitpas beheerde de financiën in huis. Zelf had ze een omvangrijk vermogen. Gedurende het 12-jarig Bestand was het huis van Petitpas en Wtenbogaert een belangrijke plek voor remonstrantse predikanten die een tijdelijk onderkomen zochten. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Na de val van Johan van Oldenbarnevelt moest Wtenbogaert Holland ontvluchten. Hij trok naar Antwerpen. Petitpas bleef achter in Den Haag. In 1619 werd Wtenbogaert veroordeeld tot eeuwigdurende ballingschap en confiscatie van zijn bezit. Petitpas moest haar huis uit en afstaan aan een officier uit de kring van Maurits. Petitpas volgde daarop haar man naar Parijs en Rouen. Met hulp van anderen probeerde ze de veroordeling van haar man ongedaan te maken. De voortgang daarvan beschreef ze in brieven die ze vanuit Den Haag aan Wtenbogaert stuurde. Uit de briefwisseling wordt duidelijk dat ze een goede relatie moeten hebben gehad. Na de dood van Maurits keerde Petitpas terug naar Nederland, iets later gevolgd door haar man. In 1629 konden ze hun oude huis weer betrekken. De confiscatie was ongedaan gemaakt. In de jaren dertig verslechterde Petitpas gezondheid. Uiteindelijk overleed ze in 1640 en werd ze begraven in de Haagse Kloosterkerk. Materiaal:   foto, textiel Fotograaf:  atelier van Michiel Jansz [/expander_maker]

(1650-1695) Eigenaar van pronkpoppenhuis

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Vier maanden voor de geboorte van Petronella Dunois in 1650 stierf haar vader Pierre Dunois. Hij bekleedde een belangrijke functie aan het hof van Willem II. Tussen 1655 en 1660 overleed ook haar moeder. Samen met haar zusje groeide Petronella op bij bekenden in Den Haag en Leiden. Ze hadden een behoorlijk bedrag geërfd en konden zo allebei een zeer kostbaar poppenhuis laten maken. Alleen dat van Petronella Dunois zou bewaard blijven. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In 1677 trouwde ze met haar verre neef Pieter van Groenendijck uit Leiden. Ook het poppenhuis verhuisde naar de sleutelstad. In 1934 werd het poppenhuis geschonken aan het Rijksmuseum in Amsterdam, waar het nog steeds te bewonderen is als deel van de opstelling over de Nederlandse (kunst-) geschiedenis van de zeventiende eeuw. Materiaal:   foto, collage, textiel Fotograaf:  Nicolaes Maes [/expander_maker]

(ca.1440-1497) Regentes van het Hertogdom Gelre

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Over het vroege leven van Catharina van Gelre is weinig bekend. Vermoedelijk ondernam haar vader diverse pogingen om een geschikte bruidegom te vinden maar slaagde hij daar niet in. Toch zijn er later uitvoerige verhalen geschreven over een geheim huwelijk tussen Catharina en Lodewijk van Bourbon. De mythe is waarschijnlijk ontstaan omdat er niets bekend is over waar Catharina tussen 1465 en 1473  was. Voor het geheime huwelijk is echter nooit bewijs gevonden. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] We weten meer over Catherina na 1477. Als haar vader overlijdt, eist hertog Karel de Stoute het hertogdom Gelre op. Het regime valt uit een en de bannerheren, het ridderschap en de steden nemen het bestuur over. Catharina wordt verzocht regentes te worden. Ze neemt de taak op zich tot haar broer Adolf terugkeert  uit Vlaanderen. Maar Adolf sneuvelt en omdat zijn kinderen nog minderjarig zijn en Vlaanderen in handen is van de Bourgondische machthebbers, blijft Catharina langer regentes dan verwacht. Om zich te wapenen tegen dreiging van buiten, zoek Catharina bondgenoten buiten Gelre. Hertog Johan van Kleef  vindt ze te pro-Bourgondisch en de Gelderse standen sluiten vervolgens een pact met hertog Frederik van Braunschweig-Lüneburg. Zij willen graag dat Catharina met hem trouwt, maar dat laat zij niet gebeuren. Als Frederik krankzinnig blijkt te zijn, wordt er een nieuwe voogd aangesteld: Hendrik von Schwarzburg. Catharina komt tot een vredesakkoord met Maximiliaan van Oostenrijk die haar de stad en het ambt Geldern geeft. Toch besluit zij zich aan te sluiten bij een verbond dat de Gelderse standen met Lodewijk XI van Frankrijk sluit om Maximiliaan te bestrijden. Ze probeert nog steun te vinden voor de Gelderse zaak in Frankrijk, maar dit lukt niet. Maximiliaan verovert steeds meer van Gelre en in 1482 trekt de bisschop van Münster zijn handen van Gelre af. Daarmee ligt de weg helemaal open voor Maximiliaan. Na een verzoening met Maximiliaan woont Catharina teruggetrokken op de burcht van  Geldern. Uiteindelijk wordt haar neef Karel in 1492 toch als hertog ingehuldigd. Maximiliaan had zich niet weten te handhaven. Catherina van Gelre overlijdt in 1497. Ze is begraven in de parochiekerk waar haar graf nog altijd te vinden is. Materiaal:   foto, collage Fotograaf:   onbekende maker [/expander_maker]

(1355-1417) Bekend als 'Kwade Foelke'

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

De eerste melding over Foelke Kampana dateert van 12 december 1376 en betreft een oorkonde over de overdracht van een kapel. Ze trouwde in 1377 met de rijke edelman Ocko tom Brok. Het paar kreeg van paus Gregorius XI het recht een draagaltaar te bezitten. Zo konden zij overal de mis op laten dragen. De paus verleende het echtpaar bovendien een volledige aflaat. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In de veertiende en vijftiende eeuw woedde er een hevige strijd over de macht in Friesland. Ocko tom Brok probeerde bondgenootschappen te sluiten en kwam in contact met de graaf van Holland, Albrecht van Beieren, die inderdaad zijn steun aanbood. Ocko leende zijn landen aan Albrecht en raakte zo betrokken bij de Friese strijd. Ocko werd in 1389 vermoord door een van zijn tegenstanders en Kampana zocht hulp bij de bondgenoten van haar man. Tijdens haar afwezigheid werd door Edo Wiemken van Rüstringen geprobeerd de burcht in Aurich te veroveren maar met hulp van anderen keerde Kampana terug. Ze heroverde de kerk waarin Wiemken van Rüstringen zich had verschanst. Tweehonderd gevangenen werden direct onthoofd. Widzel, een bastaardzoon van Ocko, kreeg vervolgens het regentschap over Brockmerland in handen. Hij probeerde ook Ocko’s erfenis te verkrijgen en sloot daartoe een bondgenootschap. Tijdens een gevecht werd hij echter doodgeslagen. De inmiddels volwassen zoon van Kampana en Ocko, Keno, kon de macht overnemen. Zijn moeder bleef nauw betrokken. Na Keno’s dood in 1417 trad Foelke korte tijd op als voogdes, nu voor haar kleinzoon Ocko II. Kampana overleed tussen 1417 en 1419. Ze werd begraven in de Lambertikerk in Aurich. Na haar dood kwam Kampana bekend te staan als de‘kwade Foelke’. De Friese historieschrijver Eggerik  Beninga vermeldde in de zestiende eeuw een aantal legendes over Foelke Kampana die de bijnaam verklaren. Zo zou Kampana twee gevangengenomen jongemannen expres hebben laten verhongeren en de opdracht hebben gegeven om hun lichamen in het moeras te gooien. Bovendien zou ze haar schoonzoon hebben geadviseerd haar dochter te doden, als straf voor haar buitenechtelijke relaties. Toen hij dat inderdaad had gedaan, liet Kampana de burcht van haar schoonzoon aanvallen. Hij vluchtte naar zijn vader, maar tevergeefs. Kampana zou beide mannen gevangen hebben laten nemen en terecht laten stellen. In werkelijkheid waren het gruwelen die zoon Keno op zijn geweten had maar die aan zijn moeder werden toegeschreven. Volgens een Oostfriese sage verscheen Foelke op slot  Dornum als de slotheer op sterven lagen. Volgens andere sagen verscheen Foelke wanneer iemand ten onrechte zou worden veroordeeld of er een ongeluk stond te gebeuren. Hier werd Kampana dus juist een positieve rol toegedicht. Er werden verschillende toneelstukken over Kampana geschreven, evenals twee historische romans. De laatste, van de hand van Siever Johanna Meyer-Abich uit 1943, werd in 1990 nog  herdrukt. Materiaal:   foto, collage, borduursel Fotograaf:  Onbekende maker [/expander_maker]

(1609-1660) Schilder

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Judith Leyster groeide op in een gezin met vier oudere zussen en een jongere broer. Het gezin woonde in Haarlem en later in Vreeland, hoewel niet bekend is of Judith Leyster daar ook woonde. Hoe Leyster schilder is geworden, is niet helemaal duidelijk. Mogelijk was ze in de leer bij schildersfamilie De Grebber. Het zou ook kunnen dat ze is begonnen als patroontekenaar bij haar vader. Zeer aannemelijk is echter dat ze ook bij Frans Hals in de leer is geweest. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In 1633 liet Leyster zich inschrijven als lid van het Haarlemse Sint-Lucasgilde. Ze opende een eigen schilderswinkel en leidde leerlingen op. Ook had ze een knecht in dienst. Leyster schilderde zelf vooral genretaferelen op bescheiden formaat. Vermoedelijk schilderde ze dit werk voor de markt. Daarnaast schilderde ze ook een stilleven, een zelfportret, een aquarel van een tulp en een vrouwenportret. De meeste werken signeerde ze met het monogram JL. Vermoedelijk kende Leyster de man met wie ze in 1636 trouwde al sinds haar jeugd. Samen met deze Jan Miense Molenaer vertrok ze na haar trouwen naar Amsterdam. In 1648 keerden ze weer terug naar Haarlem. Molenaer had een atelier met leerlingen en was actief in de kunsthandel. Ook was hij actief op de huizenmarkt. Uit de periode van haar huwelijk is slechts één aquarel bekend van Leyster. Wellicht stopte ze met schilderen vanwege haar gezin. Anderen suggereren dat ze werkte in het atelier van haar man. Judith Leyster overleed in 1660. Tijdens haar leven werd ze geroemd door Haarlemse stadshistorici, maar na haar dood raakte ze snel in de vergetelheid. Tegenwoordig wordt ze gezien als een van de bekendste vrouwelijke kunstenaars uit de Gouden Eeuw. Materiaal:   foto, houten ringen Fotograaf:  zelfportret [/expander_maker]

(1768-1822) Toneelspeler

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Johanna Lindeman werd geboren in Amsterdam en in 1768 gedoopt in de Nieuwe Kerk aldaar. Als lid van een toneelfamilie stond ze al op vijfjarige leeftijd op het toneel. De Rotterdamse engagementsboeken geven aan dat dat vanaf 1776 regelmatig het geval was. Per speelseizoen ontvingen haar ouders voor hun gezamenlijke optreden 600 gulden. Vermoedelijk bleef Lindeman alleen in Rotterdam achter toen haar ouders in 1779 besloten naar Amsterdam te verhuizen. Toch keerde zij later ook terug naar de hoofdstad. Van een verdere toneelcarrière is echter niets bekend. Op 8 augustus overleed Johanna Lindeman. In het bericht over haar overlijden stond enkel vermeld dat zij ongehuwd was en naaister van beroep was. Materiaal:   foto, glazen belvormen Fotograaf:  Robbert Muys naar Nicolaas Muys [/expander_maker]
Content
Weight
DimensionsN/BN/BN/BN/BN/BN/B
Additional information
Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
  • Attributes
  • Custom attributes
  • Custom fields
Click outside to hide the comparison bar
Compare
Compare ×
Let's Compare! Continue shopping