Mathilde Willink

600,00 incl. btw

(Maria Theodora Mathilda de Doelder) (1938-1977) Stewardess en levend kunstenaar

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik.
Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Mathilda (Tilly) de Doelder kwam ter wereld in Terneuzen als oudste van vijf dochters. Als kind was ze voornamelijk bij haar oom omdat ze niet goed overweg kon met haar moeder en haar vader veel weg was voor werk. In 1956 behaalde ze haar gymnasiumdiploma cum laude. Op school had ze een verhouding met haar geschiedenisleraar Camiel Lekkerkerker. Twee jaar na haar examen vertrok De Doelder naar Amsterdam om kunstgeschiedenis te studeren. Daar veranderde ze in een uitbundige vrouw. Op haar 21e kreeg ze een verhouding met de schilder Carel Willink. Na vijf jaar te hebben gewerkt als stewardess trouwde ze in 1968 met Carel Willink. Daarna stond ze bekend als Mathilde Willink.

Lees meer

Uitverkocht

Add to Wishlist
Add to Wishlist
Categorie: Tag:

Quick Comparison

SettingsMathilde Willink removeAnnie M.G. Schmidt removeJohanna Adriana Appels removeIsabella Henriette van Eeghen removeHenriette Boas removeEllin Maria Agnes Robles remove
Image
SKU
Rating
Price600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw
Stock

Uitverkocht

Uitverkocht

Uitverkocht

Uitverkocht

AvailabilityUitverkochtUitverkochtUitverkochtUitverkocht
Add to cart

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Lees meer

Description

(Maria Theodora Mathilda de Doelder) (1938-1977) Stewardess en levend kunstenaar

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Mathilda (Tilly) de Doelder kwam ter wereld in Terneuzen als oudste van vijf dochters. Als kind was ze voornamelijk bij haar oom omdat ze niet goed overweg kon met haar moeder en haar vader veel weg was voor werk. In 1956 behaalde ze haar gymnasiumdiploma cum laude. Op school had ze een verhouding met haar geschiedenisleraar Camiel Lekkerkerker. Twee jaar na haar examen vertrok De Doelder naar Amsterdam om kunstgeschiedenis te studeren. Daar veranderde ze in een uitbundige vrouw. Op haar 21e kreeg ze een verhouding met de schilder Carel Willink. Na vijf jaar te hebben gewerkt als stewardess trouwde ze in 1968 met Carel Willink. Daarna stond ze bekend als Mathilde Willink. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Met behulp van haar man probeerde ze een carrière als kunstenaar op te bouwen. Fong Leng zou Willink vanaf 1972 kleden met uitbundige en extravagante creaties. In de roddelpers kwam Willink steeds vaker naar voren. Ze trok de aandacht en werd een veelbesproken figuur. Willink begon in 1974 bij Galerie Artim in Den Haag. Een jaar later was de relatie met Carel over. Hij had verhoudingen met meerdere vrouwen en uit woede vernielde Mathilde zijn werk ‘Portret van Mathilde’. Met een voorschot op de alimentatie vertrok ze naar New York, maar ze kwam vanwege geldgebrek al snel weer terug. Ze richtte ze zich op het societyleven in De Haag en had een relatie met Adrian Stahlecker. Stahlecker was homoseksueel en gebruikte Willink voor de publiciteit. Willink trok vervolgens in bij Anton Heyboer in Ilpendam. Na de officiële scheiding van Carel Willink keerde Mathilde terug naar Amsterdam. Ze werkte als mannequin en opende Galerie Mathilde op de Keizersgracht in Amsterdam. In de laatste periode van haar leven had Willink een relatie met Gerard Vitalli, een autohandelaar en cocaïnedealer. Hij trof haar op 25 oktober 1977 levenloos aan op bed. Volgens de politie was er sprake van zelfmoord, maar politiecommissaris Toorenaar geloofde dit niet omdat Willink rechtshandig was en de kogel in haar linkerslaap binnen was gekomen. Ook vertoonde haar lijf sporen van een worsteling. De werkelijke gang van zaken is nooit opgehelderd. Willink werd begraven op Westgaarde. Haar graf zou in 2003 geruimd worden, tot de begraafplaats besloot haar graf aan te merken als monument. Mathilde Willink zou na haar dood nog vaak onderwerp van aandacht zijn. Ramses Shaffy schreef, evenals Marjol Flore, een lied over haar. In de memoires van Carel Willink kwam Mathilde er slecht vanaf. Postuum werd haar verweten dat ze Carel Willink kaal had geplukt en hem had betrokken in allerlei schandalen. Thomas Ross voerde Willink als hoofdpersoon op in zijn boek Mathilde en Marjolein Houwelings in haar boek Andermans ogen. De portretten van Mathilde en ander werk door Carel Willink behoren inmiddels tot de collectie van Museum MORE in Gorssel. Een aantal van de gewaden die Fong Leng voor Mathilde Willink maakte, zijn te zien in Kasteel Ruurlo, onderdeel van Museum MORE. Materiaal:   foto, collage met schilderij van willink Fotograaf:  Studio Harry Pot [/expander_maker]

Anna Maria Geertruida Schmidt (1911-1995) Schrijver

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Anna Maria Geertruida Schmidt werd door iedereen Zus genoemd. Ze werd geboren in Kapelle (Zeeland) als dochter van een predikant. Haar jeugd was weinig gelukkig. Ze was een verlegen kind, mollig, droeg andere kleren dan haar leeftijdsgenootjes en kon al gauw lezen. De verhalen die haar moeder haar vertelde, vormden een welkome afleiding. Na de lagere  school ging Schmidt naar de HBS in Goes, volgens Schmidt een ‘akelige school’. Na haar eindexamen ging ze naar Den Haag om notariaat te studeren. Feest en mannen bleken veel interessanter. Ze raakte zwanger, liet abortus plegen en verruilde haar studie voor een cursus typen. In het najaar van 1932 begon Schmidt aan een opleiding tot bibliothecaresse.  In 1938 debuteerde ze met twee gedichten in het protestantschristelijke tijdschrift Opwaartsche Wegen. Vanaf 1941 was Schmidt directeur van de Openbare Bibliotheek in Vlissingen. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Met haar betrekking bij Het Parool werd het schrijftalent van Schmidts pas echt duidelijk. Aangemoedigd door mensen als Simon Carmiggelt, Han G. Hoekstra en Henri Knap schreef Schmidt versjes voor het journalistencabaret ‘De Inktvis’. Voortdurend was het kleinburgerlijke onderwerp van Schmidts pen. Haar vrolijke en ironische toon was waar de samenleving behoefte aan had. In 1948 ontmoette Schmidt via een contactadvertentie haar man Dick van Duijn. Omdat hij getrouwd was duurde het jaren voordat ze echt samen konden zijn. Zijn vrouw weigerde te scheiden. Bijna vier jaar na de geboorte van hun zoon Flip, in 1954, gingen Schmidt en Van Duijn samenwonen. Schmidt was inmiddels bekend geworden met het radiohoorspel In Holland staat een huis dat tussen 1952 en 1958 werd uitgezonden door de VARA. In 1957 nam Schmidt afscheid van Het Parool om zich te kunnen richten op musicals en stukken voor toneel en tv. Ze schreef de serie Pension Hommeles, de succesvolle TV-serie Ja zuster, nee zuster en de musicals Heerlijk duurt het langst en Wat een planeet. Voor haar eerste, niet in opdracht geschreven, kinderroman Minoes ontving Schmidt in 1971 een Zilveren Griffel. De Arbeiderspers wilde Pluk van  de Petteflet niet publiceren maar Schmidts zaakwaarnemer wist uitgeverij Querido te interesseren. Het boek met illustraties van Fiep Westendorp won ook een Zilveren Griffel. Otje kreeg de Gouden Griffel in 1981.Om de drukte te ontvluchten, was Schmidt steeds vaker in Zuid-Frankrijk. Maar hier miste ze haar vrienden en de gezelligheid. De relatie met Van Duijn werd bovendien steeds problematischer: hij was ziek, erg jaloers en somber. Ze keerden daarom terug naar Nederland. Daar koos Van Duijn voor de dood. Schmidt was aan zijn zijde. Na deze ingewikkelde periode pakte Schmidt haar pen weer op, maar veel verscheen er  niet meer. Wel stond ze uitgebreid in de belangstelling met vele interviews, optredens en herdrukken van haar werk. Na de Constantijn Huygensprijs in 1987 kreeg Schmidt in 1988 de Hans Christian Andersenprijs uit handen van Astrid Lindgren. Kort na haar 84ste verjaardag overleed Annie M.G.  Schmidt. Drie biografieën werden over Schmidt geschreven. Ook een televisieserie over haar leven volgde. Er kwam bovendien een jaarlijkse Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied, een jaarlijkse Annie M.G. Schmidtdag op 20 mei, een Annie M.G. Schmidtleerstoel voor jeugdliteratuur, een website en Annie Schmidt werd een van de vijftig vensters in de canon van Nederland. Materiaal:   foto, elastiekjes Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1906 - 1994) Actief in het verzet en Predikant

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Johanna Appels werd geboren in Driebergen als jongste in een gezin met twee broers en twee zussen. Begin jaren dertig ontmoette ze de theologiestudent Bastiaan Ader. Hij werd in 1938 predikant in Nieuw-Beerta in Groningen. Johanna en Bastiaan Ader beschouwden hun gemeente als een binnenlandse zendingspost. Vooral communistische arbeiders moesten hun weg terugvinden naar de kerk. Johanna organiseerde het jeugdwerk, de catechisatie en de vrouwenvereniging. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de pastorie in Nieuw-Beerta een centrum voor hulp aan Joden en piloten. Met een aantal anderen beraamde Bastiaan Ader een ontsnappingsplan voor kamp Westerbork, maar hij werd verraden en moest onderduiken. Johanna Appels en haar dienstmeisje Tantje werden daarmee verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg voor de zes onderduikers die bij hen verbleven. Bastiaan Ader werd in juli 1944 verraden. Johanna Appels, hoogzwanger, werd opgedragen de pastorie direct te verlaten. Bastiaan Ader werd op 20 november in Rhenen gefusilleerd. Appels legde de periode vast in haar oorlogsmemoires Een Groninger pastorie in de storm. Johanna Appels werd in 1973 benoemd tot hervormd predikant in Nieuw-Beerta, een belangrijke erkenning. Twee jaar later volgde een ingrijpende gebeurtenis: haar zoon en beeldend kunstenaar Bas Jan Ader verdween spoorloos tijdens een overtocht over de Atlantische Oceaan. Zelf stierf ze op 88-jarige leeftijd in 1994, als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, ontvanger van het Verzetsherdenkingskruis en de Yad Vashem-onderscheiding. Materiaal: foto, berenklauw Fotograaf: Lilliy Samuel [/expander_maker]

(1913-1996) Archivaris en historica

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Isabella (Isa) van Eeghen werd geboren in een vooraanstaand bankiersgezin en groeide op in de zogenaamde gouden bocht op de Herengracht in Amsterdam. Na de lagere school werd ze tot haar spijt naar de Middelbare Meisjes School gestuurd,  terwijl zij later juist verder wilde studeren. Om dit toch te kunnen bereiken, behaalde ze na de MMS in 1931 het Staatsexamen Gymnasium A. Daarna studeerde ze geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Op 9 december 1941 promoveerde Van Eeghen met een studie naar vrouwenkloosters in Amsterdam. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Mejuffrouw Van Eeghen, zoals zij zichzelf noemde, volgde na haar studie de archiefopleiding en inventariseerde vrijwillig het archief van de Waalse emeente in Amsterdam. Omdat er geen functie was als archivaris besloot ze een administratieve functie aan te nemen bij het Amsterdams Gemeentearchief. In 1947 werd ze uiteindelijk aangesteld als adjunctarchivaris.  Twee jaar eerder was ze uit het ouderlijk huis vertrokken om met vijf andere dames te gaan wonen aan de Prinsengracht. Van een huwelijk zou het nooit komen. In 1946 trad Van Eeghen als eerste vrouw toe het bestuur van het Genootschap Amstelodamum. Ze bleef tot 1967 ook het enige vrouwelijke bestuurslid. Van Eeghen schreef meer dan 600 artikelen in onder andere in Amstelodamum. Maandblad voor de kennis van Amsterdam en het Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum. Het wetenschappelijke werk gaf ze de voorkeur in plaats van hogerop te klimmen in de archiefwereld. Haar functie als adjunct gaf haar de ruimte te publiceren. Tot haar dood bleef Van Eeghen schrijven, bijvoorbeeld  over kloosters, dienstmeisjes, kunstenaars, gilden, kerken, drukkers en boekhandelaars, kranten, huizen, moorden, waaiers, hofjes, kinderen en dagboeken; alles altijd in relatie tot de stad Amsterdam. Omdat ze vraagstukken tot op de bodem uitzocht,  werd ze ook wel de ‘Miss Marple van de Amsterdamse geschiedschrijving’ genoemd. Belangrijke publicaties  waren De Amsterdamse Boekhandel, 1680-1725 (1960-1978) en De gilden. Theorie en praktijk uit 1965. Het Dagboek van broeder Wouter Jacobsz. (Gualtherus Jacobi Masius), prior van Stein (1572- 1578) dat zij ontdekte, is een belangrijke bron van informatie over de eerste jaren van de Nederlandse Opstand. Van Eeghen zorgde er ook voor dat het Gemeentearchief de unieke collectie negatieven van Jacob Olie (1834-1905) aankocht. Van Eeghen verzamelde niet alleen kennis. Ze verzamelde ook prenten en tekeningen en had een bijzondere collectie waaiers, die ze naliet aan het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Voor het Gemeentearchief kocht ze 138 tekeningen aan van tekenaar Christiaan Andriessen. Ze bleef tot haar dood in 1996 schrijven; het liefst aan de keukentafel in het huis aan de Prinsengracht. Uit de laatste stukken blijkt dat haar mentale gesteldheid achteruit ging. Voor de Amsterdamse geschiedschrijving is Van Eeghen van groot belang geweest. Ze ontving dan ook de Bucheliusprijs (1958), de Menno Herzbergerprijs (1965), de Zilveren Penning van de stad Amsterdam (1971) en de Zilveren Museummedaille van de stad Amsterdam (1988). Ze overleed in 1996 aan een hersenbloeding. Materiaal:   foto, collage Fotograaf:  W.M. Alberts [/expander_maker]

(1911-2001) Journalist en publicist

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Henriette Boas groeide op in een traditioneel, maar liberaal, Amsterdams joods gezin. Ze rondde het Stedelijk Gymnasium af en ging, net als haar vader, klassieke talen studeren. Boas werd lid van de Amsterdamse Vrouwelijke Studenten Vereeniging en ze trad toe tot de Nederlandse Zionistische Studentenorganisatie. Voor de ‘joodse zaak’ zou ze zich haar leven lang inzetten. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Boas vertrok in februari 1940 naar Parijs, waar ze de Duitse inval meemaakte. Haar broer en zus waren toen al naar Palestina geëmigreerd. Zelf kon ze Parijs ontvluchten door de oversteek naar Londen te maken. Ze verhuisde in 1947 naar Jeruzalem en maakte een jaar later de stichting van de staat Israël mee. In Israël werkte ze als freelance journalist. Maar het leven in de nieuwe staat was zwaar en in 1951 keerde ze terug naar Amsterdam. Eenmaal terug op Nederlandse bodem werd Boas correspondent voor diverse Israëlische kranten zoals Ha-aretz en The Jerusalem Post. Daarnaast leverde ze bijdragen aan diverse joodse bladen en hield ze zich bezig met het schrijven van ingezonden brieven. Iets dat haar de naam ‘koningin van de ingezonden brief’ opleverde. Vanwege de beperkte inkomsten besloot ze ook aan de slag te gaan als docent klassieke talen. Bekendheid verwierf ze met haar rol in de zogenaamde Weinreb-affaire en de zaak Menten. Boas geloofde de verzetsverhalen van Weinreb niet en kreeg ook gelijk. Boas gaf een tip in de zaak Menten over de geplande veiling van zijn bezittingen. Die tip leidde tot nieuw onderzoek naar Mentens oorlogsverleden én een nieuwe veroordeling. Te midden van duizenden boeken, knipsels en tijdschriften overleed Boas in 2001 door een val in haar huis. Drie jaar later werd de Dr. Henriette Boas Prijs in het leven geroepen voor opmerkelijke journalistieke en populairwetenschappelijke prestaties. Materiaal:   foto, textiel Fotograaf:  Philip Mechanicus [/expander_maker]

(1951-2011) Bestuurder en columnist

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Ellin Robles werd geboren in Suriname en was de jongste in een gezin van negen kinderen. Door een zuurstofgebrek bij de geboorte was ze licht spastisch. Toen haar vader in 1962 overleed, bleef haar moeder achter met de kinderen. In 1970 besloot Robles rechten te gaan studeren aan de Universiteit van Suriname. Ze werd politiek actief en schreef in 1972 twee stukken waarin ze het idee uitte om discriminatie met geweld tegen te gaan, precies zoals de Amerikaanse Black Power-beweging voorstond. Daarnaast was ze betrokken bij de rechtswinkel in Paramaribo. Na haar afstuderen werkte ze als juridisch medewerker bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken in Suriname. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Op 28-jarige leeftijd vertrok Robles naar Nederland en vond vrijwel direct een baan bij de gemeente Amsterdam. In 1982, op het moment van de decembermoorden, was Robles voor langere tijd in Suriname. Ze onderzocht een mogelijke terugkeer maar in de onrust na de moorden moest ze met haar familie vluchten naar Albina, aan de grens met Frans Guyana. Een jaar later keerde ze terug naar Amsterdam, maar ze ging al gauw naar New York om daar te werken in een onderwijsprogramma voor kansarme kinderen. In 1985 was ze medeoprichter van het Gemeentelijk Allochtonen Overleg van Amsterdam. Robles werkte in sneltreinvaart aan haar carrière. Zo werd ze in 1991 gevraagd om de Amsterdamse Stichting Blijf van m’n lijf te reorganiseren. Daar kwam ze in contact met Judith Meijer, met wie ze tot haar dood zou samen blijven. Ze werd in 1992 directeur van Het Muziekpakhuis en zes jaar later werd ze directeur van de Hortus Botanicus in Amsterdam. Rond de eeuwwisseling werd die functie opgevolgd met een positie als directeur van welzijnsorganisatie Alcidez  ZO. In 2003 stelde ze daar financiële misstanden van het bestuur aan de orde, met als gevolg dat zij op nonactief werd gezet. Ze nam een sabbatical en begon als columniste bij Het Parool. Naast haar werk was Robles voorzitter van de Stichting Flamboyant (landelijk documentatiecentrum voor zwarte vrouwen), voorzitter van de Stichting Maatschappij Oude en Nieuwe Media, van Tegen Haar Wil Amsterdam, de Landelijke Ombudsvrouw, Stichting Kinderen van de Vrede, de Muziekschool Amsterdam en Women Inc. Haar leven lang zette ze zich in voor gelijke rechten van minderheden door deel te nemen aan werkgroepen en discussies of via haar columns. Vanaf 2004 kreeg Robles in toenemende mate last van haar gezondheid, niet alleen fysiek maar ook mentaal. Ze zocht hulp om menswaardig te kunnen sterven, maar kreeg die hulp niet. Daarom besloot ze in 2010 te versterven, dat ze heeft beschreven in het boek Banneling. Robles overleed op 2 november 2011. Materiaal:   foto, textiel, borduursel Fotograaf:  Suzanne Dorrestein [/expander_maker]
Content
Weight
DimensionsN/BN/BN/BN/BN/BN/B
Additional information
Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
  • Attributes
  • Custom attributes
  • Custom fields
Click outside to hide the comparison bar
Compare
Compare ×
Let's Compare! Continue shopping