Meta Kehrer

600,00 incl. btw

(1890-1965) Eerste vrouwelijke hoofdinspecteur zedenzakenn

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik.
Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Meta Kehrer groeide op in een welvarende Amsterdamse remonstrantenfamilie. Een goede opleiding werd belangrijk geacht en zodoende ging Kehrer naar het Openbaar Gymnasium. Na haar middelbare school werkte ze als verpleegster in het Wilhelmina Gasthuis, maar richtte zich in toenemende  mate op het medisch maatschappelijk werk. Ze begon in 1923 bij de kinderpolitie in Amsterdam. Drie jaar later was Kehrer de eerste Nederlandse vrouwelijke politie-inspecteur. Ze werd overgeplaatst naar een nieuwe afdeling binnen de politie, de zedenpolitie.

Lees meer

Add to Wishlist
Add to Wishlist

Quick Comparison

SettingsMeta Kehrer removeAnna Maria Francisca Salomons removeCharlotte Jacobs removeSetske de Haan removeJohanna Wilhelmina Antoinette Naber removeElisabeth Sara Clasina de Swart remove
Image
SKU
Rating
Price600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw
Stock

Uitverkocht

AvailabilityUitverkocht
Add to cart

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Lees meer

Description

(1890-1965) Eerste vrouwelijke hoofdinspecteur zedenzakenn

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Meta Kehrer groeide op in een welvarende Amsterdamse remonstrantenfamilie. Een goede opleiding werd belangrijk geacht en zodoende ging Kehrer naar het Openbaar Gymnasium. Na haar middelbare school werkte ze als verpleegster in het Wilhelmina Gasthuis, maar richtte zich in toenemende  mate op het medisch maatschappelijk werk. Ze begon in 1923 bij de kinderpolitie in Amsterdam. Drie jaar later was Kehrer de eerste Nederlandse vrouwelijke politie-inspecteur. Ze werd overgeplaatst naar een nieuwe afdeling binnen de politie, de zedenpolitie. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Omdat Kehrer nooit zou trouwen, kon ze opklimmen binnen de politiegelederen. Als gehuwde vrouwelijke ambtenaar werd je in die tijd tenslotte nog ontslagen. Kehrer werd in 1946 benoemd tot hoofdinspecteur. Zij en haar collega’s probeerden prostituees ervan te overtuigen het vak achter zich te laten. Slechts een klein aantal zou dat ook daadwerkelijk doen. Grote aandacht had Kehrer voor kinderen die misbruikt waren. Ze was ervan overtuigd dat kinderen bruikbare verklaringen konden geven wanneer zij goed verhoord werden. Op het politie bureau liet ze een speciale wachtkamer voor kinderen inrichten. Kehrer zag dat het kinderen opluchtte om over hun ervaringen te vertellen. Dat vertellen bracht de verwerking bovendien beter op gang. Ze was een van de eersten die de schadelijke gevolgen van seksueel misbruik erkende. Kehrer ging in 1951 met vervroegd pensioen. Vanaf dat moment kon ze reizen, haar favoriete hobby. Ze overleed in 1965. Alhoewel ze zichzelf nooit zo  presenteerde, had ze baanbrekend werk verricht als eerste vrouwelijke hoofdinspecteur. Materiaal:   foto, sleutels, zwarte boontjes Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(Ada Gerlo) (1885-1980) Schrijver

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Anna (Annie) Salomons groeide op in Rotterdam op het terrein van de gasfabriek waar haar vader directeur was. Op zestienjarige leeftijd debuteerde Salomons met een aantal verzen in Jong Holland. Johan de Meester, kunstredacteur bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant, waardeerde haar werk en plaatste een gedicht in de krant. Hij ontfermde zich over haar en introduceerde  Salomons in de literaire wereld. In 1903 droeg hij haar voor als lid van de Vereniging van Letterkundigen en bracht haar in contact met uitgeverij Van Dishoeck, die haar eerste bundel uitgaf in 1905: Verzen, I. Salomons begon aan een studie rechten in Leiden, verhuisde naar Utrecht, maar maakte de studie niet af. Ze keerde terug naar haar ouders die inmiddels in Den Haag woonden. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Als romanschrijver debuteerde Salomons in 1907 met Een meisje-studentje waarin ze het universitaire mannenbolwerk in Leiden als onderwerp behandelde. Het zorgde voor grote oproer en werd een heus verkoopsucces. Een tweede bundel gedichten verscheen in 1910, Verzen II. De moeilijkheden die een intelligente jonge vrouw meemaakt terwijl zij zich staande probeert te houden, waren ook in later werk een thema. Onder het pseudoniem van Ada Gerlo publiceerde ze Langs het geluk (1913), Herinneringen van een onafhankelijke vrouw (1915) en Daadlooze droomen (1919). Deze laatste titel werd maar liefst vijftien keer herdrukt.  Naast haar literaire werk schreef Salomons wekelijks columns in De Nieuwe Groene en De Amsterdammer/ De Groene Amsterdammer. Dit deed ze vooral om inkomsten te genereren. Haar columns bevatten met regelmaat persoonlijke details waarbij ze haar eigen onzekerheden niet verborg. De directe omgeving, maar ook de wereld in brede zin, werden nauw gevolgd en beschreven. Met haar trouwen in 1924 was er ook een afscheid van het ouderlijk huis. Samen met haar man, Henri van Wagening, vertrok Salomons naar Nederlands-Indië. Daar bleef ze schrijven en columns en een essaybundel volgde. Het paar keerde in 1927 terug naar Nederland omdat het Indische klimaat slecht beviel. Als vertaler had Salomons succes met Van het Westelijk front geen nieuws van Remarques. Na de oorlog herleefde haar succes met Herinneringen uit den ouden tijd: aan schrijvers die ik persoonlijk heb gekend. Salomons was erelid van de PEN-club, lid van de Vereniging van Letterkundigen en de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Ook werd ze Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Voor haar oeuvre ontving ze op haar negentigste de Jacobsonprijs. In 1980 overleed Salomons in Den Haag. Materiaal:   foto, digitaal bewerkt Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1847-1916) Eerste vrouwelijke apotheker en feminist

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Charlotte Jacobs werd geboren in een Joods gezin. Na de lagere school ging ze naar de Nuts Naai- en Breischool. Daarna deed ze het huishouden van haar  broer Sam, die een apotheek had geopend in Arnhem. Toen Sam trouwde, keerde Charlotte terug naar het ouderlijk huis en begon ze een studie om leerling-apotheker te worden. Na haar examen begon ze als hulp in de apotheek van haar broer. Haar zus Aletta Henriette Jacobs was vermoedelijk een voorbeeld geweest. Zij had medicijnen gestudeerd in Groningen en had zich los weten te maken van de strenge regels en gewoontes voor meisjes in de negentiende eeuw. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In 1877 begon Charlotte Jacobs in Groningen aan een studie tot apotheker. Na haar zus Aletta was ze de tweede vrouwelijke student in Nederland. In 1881 slaagde ze voor het theoretisch en praktisch apothekersexamen. Een jaar later werd ze tweede  apotheker in het Algemeen Ziekenhuis in Utrecht. Toch vertrok ze in 1884 naar Batavia. Daar opende ze in 1887 een eigen apotheek in Menteng, een nieuwe wijk van Batavia. Tot 1907 was ze de enige  vrouwelijke apotheker in Nederlands-Indië waarbij zij altijd voor vrouwelijke assistenten zou kiezen. Jacobs speelde ook in de vrouwenbeweging een rol. Met E.J. Heuvelink-Rotgans en Marie C. Kooij-van Zeggelen richtte ze in 1908 een afdeling op van de  Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Een jaar later had de groep 122 leden, waaronder enkele mannen. Een ander onderwerp waar Jacobs zich op richtte was het onderwijs. In 1912 stichtte Jacobs Vereeniging Steun Onderwijs Vrouwelijke Inlandsche Artsen (SOVIA). Met de vereniging zette ze zich in voor de oprichting van de verpleegstersopleiding Boedi Kemoelian in  Batavia. Vanaf 1851 konden door toedoen van de vereniging ook meisjes de colleges bijwonen van de School tot Opleiding van Indische Artsen. Het lukte Jacobs niet om een geschikte vrouwelijke opvolger te vinden voor haar apotheek. Ze zei de  apotheek daarom vaarwel en vertrok naar Den Haag. Ze werd actief in de Nederlandse vrouwenbeweging, in de vrouwenvredesbeweging en als bestuurslid  van de Haagse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Ze overleed in 1916 in Den Haag. Uit haar testament werd duidelijk dat een groot deel van haar erfenis bestemd was voor het op te richten Charlotte Jacobs Studiefonds, dat ook nu nog bestaat  en bijdraagt aan de studiekosten van jonge vrouwen die zelf niet in staat zijn die kosten te dragen. Materiaal:   foto, collage Fotograaf:  atelier Jacob Merkelbach [/expander_maker]

(Cissy van Marxveldt) (1889-1948) Schrijver

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Als kind schreef Setske de Haan al verhaaltjes en op haar vijftiende verkocht ze een romantische novelle aan de plaatselijke krant die het publiceerde als feuilleton. Ze vertrok in 1908 naar Groot-Brittannië waar ze werkte als au pair. Daar kreeg ze de roepnaam Cissy. De Haan keerde terug naar Nederland en werd leerling-verslaggever bij de Drachtster Courant, maar vertrok in 1910 naar Amsterdam. Vanaf 1915 verschenen haar verhalen in weekblad Panorama onder een aantal pseudoniemen. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Setske de Haan trouwde in 1916 met Leo Beek. Een jaar later volgde de eerste meisjesroman en in 1918 stond Het hoogfatsoen van Herr Feuer in de boekhandel. Voor een nieuw jongerentijdschrift kreeg ze de vraag een vervolgverhaal op haar meisjesroman te schrijven. Het blad bestond maar kort, maar zorgde wel voor de geboorte van het personage Joop ter Heul. In 1919 verscheen De HBS-tijd van Joop ter Heul. Drie volgende romans verhaalden over het volwassen worden van de rijke bakvis Ter Heul. De boeken werden een enorm succes en zijn later verfilmd voor televisie door de KRO. Door het succes van de boeken kon De Haan zich zaken uit het door haar verzonnen leven van Ter Heul, zoals huishoudelijk personeel, veroorloven. In de jaren dertig zou ze zo’n 50.000,- gulden aan royalties hebben verdiend. Het geld zou alleen niet helpen bij haar fysieke aandoeningen. In 1929 kreeg ze een beroerte die veroorzaakt bleek te zijn door een hersentumor. Ze raakte halfzijdig verlamd en kon daardoor alleen met links typen. De boeken die daarna verschenen waren minder succesvol dan de eerdere romans. In 1944 werd haar man gefusilleerd in de duinen bij Overveen vanwege zijn verzetswerk. Eén boek van De Haan zou hierna nog volgen, maar de sombere roman werd geen succes. Setske de Haan, beter bekend als Cissy van Marxveldt, stierf in 1948. Materiaal:   foto, collage, bandjes Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1859-1941) Feminist en historicus

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Johanna Naber werd geboren in Zwolle maar verhuisde in 1870 naar Amsterdam. Haar vader was daar benoemd tot hoogleraar aan het Atheneum Illustre. Vanwege een handicap bleef Naber klein en liep ze moeilijk. Haar vader gaf haar thuis les als ze daardoor niet in staat was naar school te gaan. In 1876 haalde ze het eindexamen van de Hogere Burgerschool voor meisjes. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Naber publiceerde haar eerste boekje, Handelingen bij het kunstnaaldwerk, in 1887. Ze zat in de examencommissies bij handwerkexamens en was regentes van de Amsterdamse Werk- en Leerschool voor meisjes. Toch verdiepte ze zich ook in andere dan huishoudelijke onderwerpen. Verschillende intellectuelen kwamen bij de familie thuis en zo kwam Naber met allerlei ideeën in aanraking. Ze ging zich steeds meer in de geschiedenis verdiepen. In 1890 publiceerde ze de biografische studie Kracht in zwakheid I. Het beeld van Angélique Arnauld, abdis van Port Royal (1591-1661). Na haar dertigste raakte Naber steeds meer betrokken bij het feminisme. Ze hielp mee met de voorbereidingen van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898 en werkte als redacteur van het blad Vrouwenarbeid dat bij de tentoonstelling werd uitgegeven. Haar inzet werd beloond met de grote gouden medaille die door de koningin beschikbaar was gesteld. Vanaf dat moment werd de vrouwenbeweging een steeds groter aandachtspunt voor Naber. In 1898 werd ze lid van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht en van 1904 tot 1906 was ze bestuurslid van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht. Als lid van de Historische Commissie werkte ze ook mee aan de totstandkoming van de tentoonstelling ‘De vrouw. 1813-1913’. Door de koningin werd ze benoemd tot ‘Eeredame in de Huisorde van Oranje’ om een aantal maanden later ook nog te worden onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1914 richtte Naber De Nederlandsche Vrouwengids op, een tijdschrift over vrouwenvraagstukken.  Vanaf 1917 was Naber presidente van de Nationale Vrouwenraad en raakte zo ook betrokken bij de Internationale Vrouwenraad. Naber werd in 1918 als eerste vrouw lid van het dagelijks bestuur van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Ook was ze lid van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap, het Historisch Genootschap en erelid van de Vereeniging van Vrouwen met een Academische Opleiding. Samen met Wilhelmina Posthumus-van der Groot en Rosa Manus richtte ze in 1935 het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV). Naber overleed in 1941 nadat zij haar hele leven voor haar ouders en twee alleenstaande broers had gezorgd. Ze liet een uitgebreid oeuvre na dat zijn zwaartepunt had op historisch en politiek feministisch gebied. De Franse overheersing van Nederland, maar ook de levens van bekende vrouwen hadden haar bijzondere aandacht gehad. Met haar vrouwenbiografieën en feministische gedenkschriften was Naber de eerste geschiedschrijver van de Nederlandse vrouwenbeweging. Materiaal:   foto, textiel, collage Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1861-1951) Beeldhouwer en mecenas

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

lisabeth Sara Clasina de Swart was de dochter van kunstschilder Corstianus de Swart en Elisabeth IJntema. Ze groeide op in Arnhem in een doopsgezinde familie. Ze kreeg thuis les, van haar moeder in taal en literatuur en van haar vader in diverse kunstvakken. Met hulp van haar vader en het erfdeel van haar moeder kon zij zich in 1887 vestigen in Amsterdam. Daar begon ze aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid maar vertrok al snel om les te nemen bij beeldhouwer Lambertus Zijl. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] In Amsterdam werd De Swart deel van het culturele leven. Ze kocht het werk van de Tachtigers en ondersteunde sommigen zelfs. George Breitner en Jan Veth beeldden haar af en schrijver Willem Paap vormde de vrouwelijke hoofdpersoon van zijn roman Vincent Haman vermoedelijk naar De Swart. Met haar vriendin Baukje van Mesdag – Elisabeth de Swart was min of meer openlijk lesbisch – verhuisde ze in 1889 naar Parijs. Hier leerde ze kunstenaars als Vincent van Gogh, Odillon Redon en Auguste Rodin kennen. Door haar toedoen kreeg Redon in 1894 een tentoonstelling bij de Haagsche Kunstkring. Elisabeth woonde met haar vriendin Anna Vis tussen 1892 en 1894 in Rotterdam. Daarna betrokken ze een etage aan het Oosterpark in het zogenaamde Willem Witsenhuis in Amsterdam. Verschillende Tachtigers kwamen daar samen. Met Isaac Israëls, die beneden  woonde, en feministe Annette Versluys-Poelman verzorgden zij Willem Kloos, die aan depressies leed en alcoholist was. Met haar laatste partner, Emilie van Kerckhoff, woonde De Swart tussen 1898 en 1914 in Laren (NH). Ze maakte een aantal ontwerpen voor ’t Binnenhuis en werd lid van de Hilversumsche Kunstkring. Ze exposeerde bovendien op de tentoonstelling De vrouw 1813-1913. In Laren ontvingen De Swart en Van Kerckhoff kunstenaars en componisten als Gustav Mahler, Emile Bernard en Lodewijk van Deyssel. Het stel vertrok in 1914 vanwege financiële problemen definitief naar Italië. Van Kerckhoff en De Swart groeiden enigszins uit elkaar maar verbraken het  contact nooit. Elisabeth de Swart leidde een teruggetrokken leven, boetseerde en verkocht af en toe wat. Uiteindelijk zou ze in 1951 op Capri overlijden waar zij en Van Kerckhoff sinds 1920 woonden. Materiaal:   foto, collage, vilt Fotograaf:  George Hendrik Breitner [/expander_maker]
Content
Weight
DimensionsN/BN/BN/BN/BN/BN/B
Additional information
Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
  • Attributes
  • Custom attributes
  • Custom fields
Click outside to hide the comparison bar
Compare
Compare ×
Let's Compare! Continue shopping