Henriette Ronner-Knip

600,00 incl. btw

(1821-1909) Kunstenaar

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik.
Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Henriette Knip werd geboren in Amsterdam. Met haar broer behoorde ze tot de derde generatie kunstenaars in de familie. Grootvader Nicholaas Frederik was  behangselschilder, vader Josephus Augustus was kunstschilder. Ook oom Mattheus Derk en tante Henrietta Geertrui werkten als kunstenaar. Het gezin Knip verhuisde veel en ze woonden in Parijs, Vught, Den Haag, Beek en Den Bosch. Vanaf 1840 was Berlicum de woonplaats van de familie Knip.

Lees meer

Add to Wishlist
Add to Wishlist

Quick Comparison

SettingsHenriette Ronner-Knip removeAnnette Wiea Luka Poelman removeJulia Bertha Culp removeLouisa Constantia Julia Eduarda Went removeAlbertina Philippina Catharina van Tussenbroek removeMata Hari remove
Image
SKU
Rating
Price600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw600,00 incl. btw
Stock

Uitverkocht

Uitverkocht

AvailabilityUitverkochtUitverkocht
Add to cart

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Toevoegen aan winkelwagen

Lees meer

Lees meer

Description

(1821-1909) Kunstenaar

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Henriette Knip werd geboren in Amsterdam. Met haar broer behoorde ze tot de derde generatie kunstenaars in de familie. Grootvader Nicholaas Frederik was  behangselschilder, vader Josephus Augustus was kunstschilder. Ook oom Mattheus Derk en tante Henrietta Geertrui werkten als kunstenaar. Het gezin Knip verhuisde veel en ze woonden in Parijs, Vught, Den Haag, Beek en Den Bosch. Vanaf 1840 was Berlicum de woonplaats van de familie Knip. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Henriette begon op haar vierde met schilderen. Omdat haar vader vanwege een oogziekte moest stoppen met schilderen, droeg Henriette al jong bij aan het inkomen van het gezin. Vanaf 1938 verkocht ze haar werk op de jaarlijkse tentoonstelling van Levende  Meesters. De familie Knip verhuisde terug naar Amsterdam, waar Henriette als eerste vrouw toetrad tot kunstenaarsgenootschap Arti et Amicitiae. Knip specialiseerde zich in het schilderen van dieren. Met haar echtgenoot Feico Ronner vertrok ze op enig moment naar België. Hier sloot zij zich aan bij diverse kunstenaarsgenootschappen. Ze raakte gefascineerd door trekhonden en verwerkte die in haar werk. De hondenschilderijen brachten Knip veel roem, maar met de poezenwerken vestigde ze vanaf 1870 definitief haar naam. Ze bleken ook commercieel een succes en concurrentie was er nauwelijks. Door de katten tussen fraaie meubels en kostbare objecten te plaatsen waren de afbeeldingen herkenbaar voor het welgestelde publiek. Vanwege haar succes en het feit dan Feico niet in staat was te werken was Knip ook kostwinner van het gezin. Feico hielp haar wel met de zakelijke kant van het kunstenaarschap. Knip exposeerde veel, ook in het buitenland. Gedurende haar carrière stegen de prijzen van haar werk ook aanzienlijk. Zo kostte een van haar werken in 1880 tweeduizend gulden ; een bedrag dat alleen de bekendste kunstenaars voor hun werk ontvingen. Knip overleed in 1909 en werd bijgezet in het familiegraf. Hoewel kunsthistorici het werk van Knip vanwege de dierenthematiek lange tijd niet serieus namen, worden de schilderijen nog altijd gezocht door verzamelaars en voor flinke prijzen verkocht. Materiaal:   foto, pauwen veer Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1853-1914) Feminist en uitgever

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Annette Poelman was de dochter van een vooruitstrevende predikant die ook politiek actief was in de Tweede Kamer. Poelman leerde om onderwijzer te worden maar zou het beroep nooit uitoefenen. Ze trouwde in 1876 met Willem Versluys, boekhandelaar en uitgever in Groningen. Het gezin verhuisde in 1882 naar Amsterdam. Verschillende Tachtigers publiceerden hun werk bij Versluys en ook De Nieuwe Gids werd door Versluys uitgegeven. Poelman stond zo dicht op de culturele leven en de politieke avant-garde in de hoofdstad. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Met de oprichting van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VVK) in 1894 besloot Poelman toe te treden tot het bestuur. Ze reisde stad en land af om de VVK en haar doelstellingen bekendheid te geven en lokale afdelingen op te richten. Als president mengde ze zich voortdurend actief in het debat over de rol van vrouwen in de maatschappij. In 1901 was ze medeoprichter van de Vrijzinnig Democratische Bond die algemeen kiesrecht voor meerderjarige mannen en vrouwen als belangrijkste punt had. Ook binnen de uitgeverij was Poelman actief. Ze voerde sinds 1894 het contact met auteurs en deed de financiële administratie van het bedrijf. De uitgeverij zou na dat jaar ook diverse feministische uitgaven verzorgen. Poelman was in 1897 medeoprichtster van de Vereeniging ‘Onderlinge Vrouwenbescherming’ (OV) die erop gericht was financiële en andersoortige steun te bieden aan ongehuwde moeders en hun kinderen. In 1905 richtte ze een tehuis op, Tehuis Annette, dat onderdak verleende aan bovengenoemde groep. Hier werden moeders overtuigd hun kind niet af te staan, maar werden zij geholpen om werk te vinden en voor het kind te zorgen. Na de oprichting van het tehuis besloot Poelman zich voornamelijk te richten op de uitgeverij en Tehuis Annette. Wel tekende ze als een van de weinige vrouwen in 1912 de oproep van het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee om voor homoseksuelen geen andere wetten te creëren dan voor andere burgers. Op 10 februari 1914 overleed Annette Poelman. Ze werd op haar laatste tocht naar het station, op weg naar Bremen, begeleid door honderden feministes. De kist was bedekt met een vlag in de kleuren geel en wit, de kleuren die symbool stonden voor het vrouwenkiesrecht. Materiaal:   foto, textiel, vilt, stiksels Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1880-1970) Zanger

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Julia Culp werd geboren in Groningen in een familie van Joodse komedianten en muzikanten waardoor ze door sommigen met de nek werd aangekeken. Julia werd op school gepest en genegeerd. Toch kreeg Culp een goede opleiding en leerde ze viool en piano spelen. Ook volgde ze zanglessen. Met een stipendium van koningin Emma kon Culp op haar vijftiende naar het Conservatorium van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst in Amsterdam. Na het behalen van haar diploma in 1900 trad Culp op in Nederland om al snel naar Berlijn te vertrekken. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] De roem en reputatie van Culp stegen vanaf 1903 snel. De verzoeken en boekingen komen uit heel Europa waarbij Culp zich beperkte tot het zingen van liederen van Duitstalige romantische componisten. Ze trad diverse malen op voor de Duitse keizerlijke familie en  andere vorstenhuizen. In 1913 debuteerde ze in New York. Ze toerde door Noord- en Zuid-Amerika, zong met Enrico Caruso en deed een tournee met cellist Pablo Casals. Ook andere vooraanstaande musici, zoals Heinrich Potpeschnigg, Edward Grieg, Willem Mengelberg, Max Reger, Camille Saint-Saëns en Richard Strauss zouden Culp incidenteel begeleiden. Na haar tweede huwelijk in 1919 met de schatrijke baron Willy Ginzkey beëindigde Culp haar zangcarrière en vestigde zich in Bohemen. Nog enkele keren trad Culp op, vooral bij liefdadigheidsbijeenkomsten. Vanaf 1937 gaf ze les aan de Weense Staatsakademie maar met de aansluiting van Oostenrijk bij Nazi- Duitsland vertrok ze naar Tsjecho-Slowakije. Vanwege de annexatie van Sudetenland moest ze ook daar snel weer vertrekken. Ze trok in bij haar zus in Amsterdam en samen doken ze onder. Culp schuilde het grootste deel van de oorlog bij beeldhouwer Bertus Sondaar in Loenen aan de Vecht. Door bemiddeling van  de Duitse dirigent Wilhelm Furtwängler kregen de zussen Culp al voor de bevrijding toestemming om terug te keren naar hun appartement. Na de oorlog leiden ze een teruggetrokken bestaan. Culp stierf in 1970, relatief onbekend omdat haar carrière en roem in de loop der tijd in vergetelheid waren geraakt. Materiaal:   foto, gemarmerd papier,schilderijlijstje Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(Louise) (1865-1951) Woningopzichter en directeur N.V. Bouwonderneming Jordaan

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

Louisa Went groeide op in een Waals-hervormd gezin dat woonde aan de Amsterdamse Herengracht. Ze trad in eerste instantie toe tot de kerk, maar voelde zich later meer aangetrokken tot het socialisme. Sociaalliberaal feministe Hélene Mercier, grondlegger van het maatschappelijk werk, was een inspiratiebron. Vooral haar stukken over het woningvraagstuk spraken Went aan. Went leerde haar persoonlijk kennen en via Mercier nam ze zitting in verschillende commissies die zich bezighielden met uiteenlopende woningvraagstukken. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Went werd in 1896 lid van een commissie die onderzocht of het bouwen van arbeiderswoningen zonder overheidssteun mogelijk was. Het betrof een gebied in de Amsterdamse Jordaan waar huizen moesten komen. In Engeland ontmoette ze Octavia Hill, ’s werelds eerste woningopzichter. Hill knapte bij voorkeur krotten op terwijl Went zicht richtte op nieuwbouw. In Amsterdam vroeg Went architect Jan  van der Pek woningen te ontwerpen voor een braakliggend terrein aan de Lindengracht. Ze werd directeur van N.V. Bouwonderneming Jordaan en bleef op die manier betrokken bij de bouw van nieuwe woningen. Ook werd ze woningopzichter. Ze haalde de huur op en hield toezicht op de huurders en het huurdersreglement. Met sociaal werker Maria Muller-Lulofs richtte Went in 1899 de School voor Maatschappelijk werk op, de eerste in zijn soort. Tot 1945 zou Went als president van de school betrokken zijn. Ze trouwde in 1902 met architect Jan van der Pek. Samen waren ze betrokken bij de oprichting van de Vereniging Amsterdams Bouwfonds en het Amsterdams Tehuis voor Arbeiders. Van der Pek bouwde beide complexen, Went beheerde ze. Went kreeg in 1934 de zilveren medaille van de stad Amsterdam. Gedurende de oorlog financierde ze voedselpakketten voor gedetineerden in concentratiekampen. Ze overleed in 1951. Ter nagedachtenis werd in 1964 het Louise Wenthuis gebouwd in Amsterdam; een flatgebouw bedoeld voor alleenstaande vrouwen. In Leiden en Amsterdam herinneren straten aan de vrouw die zich als een van de eersten bezighield met sociale woningbouw. Materiaal:   foto, collage met kaart van eigen werk Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(1852-1925) Arts

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

De Utrechtse Catharine van Tussenbroek groeide op in een middenstandsgezin. In 1880 ging ze als een van de eerste Nederlandse vrouwen geneeskunde studeren. Na haar promotie in 1887 vestigde ze zich als arts voor vrouwen en meisjes in Amsterdam. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Van Tussenbroek hield zich actief bezig met de positie van de vrouw en pleitte onder andere voor een vakopleiding voor meisjes zodat zij economisch onafhankelijk konden worden. Ook het belang van medisch-hygiënische onderwerpen vond Van Tussenbroek belangrijk. Ze bepleitte bijvoorbeeld wettelijke bescherming van vrouwen en strenge straffen voor criminele aborteurs. Catharine van Tussenbroek was vanaf 1891 secretaris van de Nederlandsche Vereeniging voor Gynaecologie. Daarnaast was ze redacteur van het Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde, hoofdbestuurslid van de Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst en vice-president (later president) van het Nationaal Bureau van Vrouwenarbeid. Als lid van de Algemeene Nederlandsche Vrouwen Organisatie probeerde ze in 1919 tevergeefs een Kamerzetel te bemachtigen. De naar Van Tussenbroek vernoemde stichting beheert een fonds dat beurzen uitkeert aan afgestudeerde vrouwelijke onderzoekers. Zo worden Van Tussenbroeks activiteiten voor vrouwen en meisjes én haar academische werk nog altijd gememoreerd. Materiaal:   foto, houten ring, eierschalen Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]

(Margaretha Geertruida Zelle) (1876-1917) Danseres en spion

Inzoomen? Beweeg cursor over foto of klik vergrootglas en dubbelklik. Terug naar onze winkel of naar complete catalogus. U kunt ook op afspraak onze portretten bezichtigen.

Beschrijving

De Friese Margreet Zelle groeide op in Leeuwarden in een redelijk welvarend gezin. Het tij keerde echter in   1899. Het bedrijf van haar vader werd failliet verklaard en hij vertrok naar Den Haag en later naar Amsterdam.  Met het overlijden van haar moeder in 1891 kwam Zelle onder voogdij te staan van een oom in Sneek.  Hij liet haar een opleiding tot kleuterleidster volgen in Leiden, maar omdat zij op schoot van het hoofd van de opleiding werd aangetroffen, werd Zelle van school gestuurd. Hierna kwam ze terecht in Den Haag. Daar zag ze in Het Nieuws van den Dag een contactadvertentie van een officier uit Indië, Rudolph MacLeod. Op 11 juli 1895 trouwden MacLeod en Zelle in Amsterdam. [expander_maker id="4" more="Lees meer" less="Lees minder"] Na de geboorte van zoon John vertrok het gezin in mei 1897 naar Java. De huwelijksspanningen die vrijwel direct ontstonden, bleven aanwezig. In 1902 keerde het  stel terug, met dochter Louise die daar geboren was, maar zonder zoon John. Hij was overleden aan een vergiftiging. De scheiding van Rudolph en Margaretha werd definitief in 1907. Zelle vertrok naar Parijs waar ze een baan vond als schildersmodel en als paardrijdster in een circus. Vanaf 1904 werkte ze als oosters danseres. Als danseres had Zelle groot succes. Haar exotische uitdossingen en erotische bewegingen sloegen aan. Op 13 maart 1905 trad ze op onder de naam Mata Hari in het Museum voor Oosterse Kunsten. De reacties  waren enthousiast. Al snel verdiende ze veel geld en brak ze internationaal door. Veelal trad ze op met ‘oosterse’ dansen. Voortdurend verzon ze allerlei verhalen over  zichzelf. Het hoogtepunt van haar carrière was in 1911- 12 toen Mata Hari optrad in diverse opera’s, waaronder in La Scala in Milaan. Ze kon spenderen wat ze wilde en had met diverse rijke mannen liefdesrelaties. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vertrok Mata Hari naar Den Haag. Vermoedelijk was dit het begin van haar contacten met de Duitse inlichtingendienst, alhoewel nog steeds niet duidelijk is wat voor informatie zij daadwerkelijk doorspeelde aan de Duitsers. In mei 1916 ging Mata Hari naar Frankrijk, waar zij haar diensten aanbood aan de Franse veiligheidsdienst. Zij verdachten haar echter direct van spionage en op 13 februari 1917 werd ze gearresteerd. Door een militair gerechtshof werd Mata Hari ter dood veroordeeld. Op 15 oktober werd ze door een vuurpeloton, net buiten Vincennes, gedood. Mata Hari is bekend komen te staan als hét voorbeeld van een femme fatale. Haar mysterieuze en knappe verschijning bracht mannen het hoofd op hol. Tijdens haar leven was ze al een legende. Na haar dood deed nog jarenlang het gerucht de ronde dat ze niet gefusilleerd zou zijn. Allerlei artikelen zouden de naam Mata Hari krijgen, van sigaretten tot parfums. Over haar leven werden talloze films, series, liedjes, romans en studies gemaakt. In Leeuwarden werd in 1976 een standbeeld van Mata Hari onthuld en het Fries Museum besteedt op dit moment aandacht aan haar in de, naar eigen zeggen, ‘grootste Mata Hari-tentoonstelling ooit’. Uit het dossier van Mata Hari van de Franse overheid blijkt dat Mata Hari zeer waarschijnlijk niet meer is geweest dan een charmante informant die in hoge kringen verkeerde. Een volbloed spionne was ze niet. De Franse aanklagers en rechters hadden met hun doodstraf voor de rijke, mooie en mannenverslindende Zelle een voorbeeld willen stellen. Materiaal:   foto, knoopjes, spiegel Fotograaf:  onbekende fotograaf [/expander_maker]
Content
Weight
DimensionsN/BN/BN/BN/BN/BN/B
Additional information
Select the fields to be shown. Others will be hidden. Drag and drop to rearrange the order.
  • Image
  • SKU
  • Rating
  • Price
  • Stock
  • Availability
  • Add to cart
  • Description
  • Content
  • Weight
  • Dimensions
  • Additional information
  • Attributes
  • Custom attributes
  • Custom fields
Click outside to hide the comparison bar
Compare
Compare ×
Let's Compare! Continue shopping